Opinie

Opinie: ‘Aanslag op Salman Rushdie is geen vrijbrief om te beledigen’

Illustratie uit de Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus waarop te zien is hoe een ketter wordt verbrand. Erasmus pleitte in zijn geschrift voor verdraagzaamheid. Beeld Archief Rijksmuseum
Illustratie uit de Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus waarop te zien is hoe een ketter wordt verbrand. Erasmus pleitte in zijn geschrift voor verdraagzaamheid.Beeld Archief Rijksmuseum

De aanslag op Salman Rushdie nodigt al snel uit tot het veroordelen van religieus fanatisme. Maar dominee Martijn van Leerdam ziet meer heil in de les van Erasmus dat we er beter aan doen goedmoedig met elkaar de spot drijven, dan elkaar te verketteren.

Martijn van Leerdam

Op miraculeuze wijze is Salman Rushdie aan de dood ontsnapt, nadat een moslimextremist vorige week verschillende keren op hem had ingestoken. Extremisten bedreigden hem al sinds 1988. Uiteindelijk hebben ze hem toch te pakken gekregen, 34 jaar na de publicatie The Satanic Verses dat een jaar later in Nederlandse vertaling verscheen als De duivelsverzen, zijn magistrale roman waarin wordt verwezen naar de duivelsverzen in de Koran. Maar Rushdie kan het navertellen, godzijdank.

In Nederland roept zo’n aanslag akelige herinneringen op, bijvoorbeeld aan de moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn. Intussen wordt PVV-leider Geert Wilders weer bedolven onder de bedreigingen, net als ongetwijfeld Paroolcolumniste en schrijver Lale Gül. Schrijvers, politici, cabaretiers en journalisten vragen zich andermaal af hoe ver ze nog kunnen gaan.

Meer fanatisme

Extremisme en de strijd om het vrije woord zijn niet slechts zaken van de afgelopen tijd. Maarten Luther wist dat al, toen hij in de zestiende eeuw in conflict kwam met de rooms-katholieke kerk. In zijn spoor hebben Lutheranen altijd aandacht gevraagd voor gewetensvrijheid, ook in Nederland. Helaas was Luther zelf niet altijd even tolerant. Terecht wordt hij nog altijd achtervolgd door zijn verwerpelijke uitspraken over Joden.

Dit brengt een interessante en nog altijd actuele discrepantie aan het licht: het bestrijden van fanatisme leidt gemakkelijk tot méér fanatisme. In dat opzicht is de humanist Desiderius Erasmus een beter voorbeeldfiguur. In zijn Lof der zotheid leerde hij scherpslijpende dominees en andere intolerante lieden een speelse les: het is beter om goedmoedig met elkaar de spot te drijven, dan elkaar te verketteren.

Dat veel mensen religie zien als de belangrijkste bron van extremistisch kwaad, is een uiting van gemakzuchtig denken. Lang niet alle extremisten zijn immers religieus en de meeste religieuze mensen zijn niet extremistischer dan anderen. Daarnaast zijn er nogal wat voorbeelden van bestrijders van religie die zelf tot fanatisme vervallen.

Daarom is het belangrijk dat er meer aandacht komt voor de vredelievende kant van de godsdiensten. Het moet voor elke gelovige helder zijn dat geloof zich niet verdraagt met geweld en dat de grootste fanatici de slechtste gelovigen zijn.

Bruggenbouwers

In 2016 kwam de Turks-Amsterdamse journalist Basri Dogan in het nieuws, omdat hij naar aanleiding van een interview met premier Mark Rutte met de dood werd bedreigd. Hij moest zelfs verhuizen om te ontsnappen aan de bedreigingen. Opvallend genoeg was dat voor Dogan geen reden om zijn geloof op te geven. Hij is zich juist met dubbele kracht gaan inzetten voor gelovigen en burgeractivisten die vanuit de hele wereld naar Amsterdam zijn gevlucht.

Bruggenbouwers als Dogan verdienen een groter podium, zowel bij religieuze instellingen zelf als in de media. Voor elke extremist zijn er tien lokale helden zoals hij. Het probleem is dat er veel meer aandacht uitgaat naar fanatici. Woede en opwinding blijken beter te verkopen dan milde gevoelens van sympathie.

Er is daarom meer nodig om fanatisme op vredelievende wijze te bestrijden. Goede en langdurige beveiliging voor wie wordt bedreigd is een belangrijke voorwaarde, maar is tegelijkertijd slechts symptoombestrijding. Hetzelfde geldt voor de repressie van extremisten en de vervolging van anonieme bedreigers op internet.

De tweede stap is dat er brede steun wordt uitgesproken aan wie om zijn of haar denkbeelden wordt vervolgd. Dat betekent niet dat een aanslag als die op Salman Rushdie van vorige week een vrijbrief is om te beledigen of nog eens flink op de trom van je eigen gelijk te slaan. Het is wel een kans voor politici om te laten zien waar ze staan, voor gelovigen en idealisten om zich af te grenzen van geweld en voor schrijvers en kunstenaars om het op te nemen voor hun geestverwanten. Gelukkig zien we de afgelopen dagen veel publieke steunbetuigingen aan Salman Rushdie.

De derde en belangrijkste stap is daaraan tegengesteld: luisteren. ‘De essentie van fanatisme ligt in de wens om andere mensen te dwingen tot verandering,’ schrijft Amos Oz in zijn klassieke essay Hoe genees je een fanaticus? Het tegengif is dat je de ander niet probeert te veranderen, maar hem of haar juist probeert te begrijpen.

Oude volkswijsheid

Oprecht luisteren kost tijd en energie en brengt niet zelden een verandering teweeg bij de gesprekspartners. Dit staat haaks op de dagelijkse (f)ophef op de zogenaamde sociale media en de daarmee gepaard gaande cancelcultuur. Hierop is een oude volkswijsheid van toepassing: steeds wanneer je naar iemand met de vinger wijst, wijzen er drie vingers naar jou.

De grote religies besteden traditioneel veel aandacht aan zaken als inkeer en zelfreflectie. Wie religie als de grote boosdoener aanwijst, schiet zichzelf dus in de voet. Hetzelfde geldt voor de vervolgers van Rushdie, die zijn roman De duivelsverzen ongetwijfeld niet eens hebben bestudeerd. Het is gemakkelijk om snel te oordelen. Het is moeilijker om goed te luisteren naar elkaar.

“Zijn provocerende gevoel voor humor is nog intact,” verklaarde een zoon van Rushdie eerder deze week. Daarmee geeft hij het goede voorbeeld voor ons allemaal. Maar laten we ons geen illusies maken. ‘Fanatisme is helaas een altijd aanwezig onderdeel van de menselijke aard; een gen voor het kwaad, zo u wilt,’ schreef Oz al in 2004. Het komt erop aan dat op de juiste manier te bestrijden, teneinde niet zelf te veranderen in een fanaticus.

Martijn van Leerdam is dominee in Amsterdam-Nieuw-West en actief bij de stadsdeelafdeling van GroenLinks. Beeld Matthijs Hoogenboom
Martijn van Leerdam is dominee in Amsterdam-Nieuw-West en actief bij de stadsdeelafdeling van GroenLinks.Beeld Matthijs Hoogenboom

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden