Opinie

Opinie: ‘Aan verkenners hebben we helemaal niets’

De formatie in Den Haag is tot dusverre een fiasco en verkenners maakten er een zooitje van. Wat hebben we aan die figuren? John Jansen van Galen pleit voor meer politieke moed.

Het eerste kabinet-Lubbers werd in in 1982 in 51 dagen voorbereid door twee informateurs, waarna Lubbers het proces in 6 dagen afrondde. 
 Beeld Nationaal Archief
Het eerste kabinet-Lubbers werd in in 1982 in 51 dagen voorbereid door twee informateurs, waarna Lubbers het proces in 6 dagen afrondde.Beeld Nationaal Archief

Wat hebben we aan ­verkenners in een kabinetsformatie? We kunnen ze missen als kiespijn. Ze zijn een doekje om het bloeden te stelpen, en om verantwoordelijkheid voor het eindresultaat zo lang mogelijk voor je uit te schuiven. Kortom: gebrek aan moed.

De figuur van de verkenner ontstond in 2012 toen de rol van de koning op initiatief van D66 uit het formatieproces werd geschrapt. Tot dan toe koos de koning de (in)formateurs op adviezen van zijn raadgevers, die geheim bleven. Die gang van zaken staat ons met onze hang naar openheid tegen, maar die adviseurs konden ten paleize zeggen dat, ik noem maar wat, een bepaald Kamerlid beter een ‘functie elders’ kon krijgen zonder dat er een haan naar kraaide.

De Kamer verlangt nu totale transparantie over de verkenning, inclusief alle whatsappjes. Dat is, naar wij allen uit de familiekring weten, de dood in de pot voor het welslagen van elke onderhandeling, die floreert bij een zekere ­vertrouwelijkheid.

Willem Drees

Dat de Kamer na de verkiezingen van 17 maart twee verkenners van verschillende partijen aanwees, was een voorteken van hun mislukking. Want je kon er staat op maken dat die onderling zouden gaan bakkeleien over het resultaat van hun verkenning. Die daarom dus zou mislukken. Waarna twee verkenners van dezelfde partijen werden aangesteld. Hun ­mislukking lag dus ook voor de hand.

En dan? Moet er een nieuwe figuur komen die voorbereidend werk doet voor (in)formateurs en voor verkenners? Een of meer ‘verspieders’, die in strikte geheimhouding het Haagse struikgewas exploreren? Waar is het einde?

De Tweede Kamer, ten einde raad over zijn eigen gestuntel, ‘overweegt’ nu (met nota bene D66 voorop!) de koning weer van stal te halen als joker in de kabinetsformatie. Zou het niet ­eenvoudiger zijn na de verkiezingen de lijst­aanvoerder van de grootste partij, automatisch te belasten met het vormen van een regering? Hij of zij krijgt drie weken de tijd, waarna de op een na grootste partij aan de beurt is. Zo doen ze het in Israël. Het leidt niet vanzelf tot stabiele regeringen, maar is onmiskenbaar voor de burgers beter te volgen.

Ook daaraan zitten haken en ogen. In 1952 won de PvdA nipt (met 0,3 procent voorsprong) de verkiezingen en lijstaanvoerder Willem Drees kreeg van koningin Juliana de opdracht een kabinet te vormen. Hij slaagde niet, doordat zoals parlementair historicus Joop van den Berg zegt, ‘de eerste fase van de formatie hier aldoor bestaat uit het afbranden van de winnaar’ – zoals ook nu. Drees werd ten slotte toch premier, maar de lol van zijn overwinning was eraf.

Geheime adviezen

Is de Nederlandse politiek zo ingewikkeld geworden dat we steeds nieuwe figuren moeten creëren om een werkbare regering te vormen? In 1948, toen Drees voor het eerst premier werd, kwamen daar geen informateurs aan te pas, alleen twee formateurs die slechts 27 dagen nodig hadden om een resultaat te boeken, de fameuze ‘rooms-rode’ coalitie, die tien jaar standhield.

En in 1982 trad het kabinet-Lubbers I aan, nadat twee informateurs (Jos van Kemenade en Willem Scholten) dat in 51 dagen hadden voorbereid, waarna de beoogde premier het proces in 6 dagen afrondde. Om 12 jaar in ­functie te blijven.

Het wordt al decennialang een te groot risico geacht dat de nieuwe minister-president bij voorbaat een blauwtje loopt – het ‘afbreuk­risico’ in Haags jargon. Zo kregen we een schier onafzienbare stoet informateurs (acht in het bewogen jaar 1977!) die eerst het veld van partijpolitieke verhoudingen en mogelijke coalities moeten verkennen alvorens iemand anders de ‘poppetjes’ erbij kan zoeken.

Nu geheime adviezen aan de koning vervangen zijn door bevindingen van verkenners, eist het parlement van hen dat ze al hun kaarten op tafel leggen. Als een van de drie linkse politieke leiders dan aan verkenners laat doorschemeren niet per se met de andere twee een coalitie te willen vormen en dit bekend wordt gemaakt, is het effect (zoals we zagen) dat ze alle drie prompt als om strijd verklaren elkaar nooit los te zullen laten. En zo zijn we nog ­verder van huis.

Tjeenk Willink

Het komt erop neer dat men in Den Haag de politieke verantwoordelijkheid voor het mislukken of slagen van een formatie steeds verder voor zich uit schoof. De kans moet blijkbaar zo klein mogelijk ­worden gehouden dat iemand met een grote Haagse toekomst voor zich struikelt en een bloedneus oploopt. Het ontbreekt aan de ­politieke moed om risico’s te nemen.

Nu moet de vertrouwde, sobere Herman Tjeenk Willink de scherven opvegen. Die zal geen brokken maken en niet uit de school ­klappen. Maar logischerwijs was na 17 maart aan de winnaar, VVD-leider Mark Rutte, de opdracht verstrekt een kabinet te vormen. Die had in zijn binnenkamer, zonder anderen ermee lastig te vallen, kunnen bedenken dat Pieter Omtzigt beter een ‘functie elders’ kon krijgen, bijvoorbeeld als minister. Dan hadden we geen verkenners nodig gehad, met alle schade die zij aanrichten.

John Jansen van Galen is journalist en publicist.  Beeld ANP Kippa
John Jansen van Galen is journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden