Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Opgedroogd angstzweet ­vermengd met bloed en tranen

PlusTheodor Holman

Zes weken geleden viel ik. Scheuren in schouder, ­scheuren in pezen, scheuren in broze enkelbotten, de boel was ontzet en ontwricht en moest bij elkaar gehouden worden met tape, verband en pleisters. Na de röntgenfoto en de echo moest ik mezelf in een klein hokje aankleden met één geschaafde hand.

Pijn is een fluistering van de dood. En schaamte is de geestelijke kwetsuur die je oploopt als je de pijnvernederingen verbijt en verbergt. Uiteindelijk werd ik geholpen door een aardige dame uit een ver land en rook ik mezelf: opgedroogd angstzweet ­vermengd met bloed en tranen.

Toen ik vanmorgen met mijn schouder­katrol voor de spiegel oefeningen stond te turnen, zag ik neergang in een schlemielenkarkas. Gelukkig hoorde ik op de radio dat mijn grote held Bob Dylan tachtig jaar was geworden en ik vroeg me af hoe hij er aan toe was. Er werd beweerd dat hij zijn gevoel voor humor had verloren na zijn motorongeluk in 1966. Later beweerde men dat hij geen motorongeluk had gehad en zijn nek niet had gebroken, maar in rehab verbleef. Kortom: men wist het niet. Raadselachtig. En dat is wat je tot op de dag van vandaag hoort: Bob is een enigma. Wat hij werkelijk zeggen wil, weet niemand. In het jaar van het motor­ongeluk zou Jan Cremer – een andere held van mij – een ‘kaalgeschoren’ en doodzieke Bob Dylan hebben bezocht, terwijl Jan zich eveneens ‘onderhield’ met Bobs toenmalige vrouw Sara. Gelogen? In de twee Dylan­biografiën die ik heb gelezen, komt Cremer niet voor, helaas. Ook raadselachtig. En of het waar is, is nu net een vraag die je bij Dylan en Jan Cremer niet moet stellen.

Ik merk dat ik er slecht tegen kan dat iedereen zich tegenwoordig maar Dylan toe-eigent. Ik ben hem daardoor aan het kwijt­raken en dat wil ik niet. En terwijl ik op de grond lig en met mijn linkerhand mijn rechterhand boven mijn hoofd moet zien te trekken, door de pijngrens heen, luister ik naar Blonde on Blonde, de dubbelelpee die mijn leven in 1967 veranderde. (Jan Cremer beweerde overigens ook dat hij die titel had bedacht…)

Enigma: terwijl ik naar mijn Dylan luister, en ik na 55 jaar ‘dus’ zijn teksten begrijp, vult zijn muziek mijn lichaam en word ik de

14-jarige die van huis wilde wegvluchten.

Zijn muziek is pijn die geneest, mijn balsem voor de geest.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden