James Worthy Beeld Agata Nowicka

Opeens was poes Billie weg

Plus James Worthy

We passen op een huis in Sneek en in dat huis woont een jong poesje, en opeens was dat poesje weg. Ik rende in een onderbroek over voetbalvelden en door parken. Ik keek in slootjes of ik haar zag drijven. Ze was nergens te bekennen. Als laatste checkte ik alle wegen, maar nergens op het Friese asfalt vond ik een kleedje in haar kleuren. We maakten posters en plakten deze op lantaarnpalen en bushokjes. En ondertussen riepen we haar naam. Billie.

Billie kwam niet aangehold, maar de buurvrouw kwam wel naar buiten.

“Ik zag haar vannacht langslopen. Het was rond middernacht. Ze gaf kopjes aan een oude, grijze man. Hij tilde haar op en liep in de richting van het benzinestation,” zei de buurvrouw.

Het meisje van de benzinepomp had niets gezien, maar we bleven positief. De buurvrouw zei dat ze voelde dat we in de buurt waren. Ik liep een bejaardentehuis binnen en hing een ‘Vermist’-poster op aan het prikbord in de hal. Een gammel vrouwtje op pantoffels kwam naast me staan en vroeg wat ik kwijt was. Ze had haar leesbril niet bij zich. Ik vertelde haar dat Billie kwijt was. Toen vertelde ze dat ze haar kleinkinderen kwijt was, omdat die al een jaar niet meer bij haar op ­bezoek waren geweest.

In de verte zag ik de buurvrouw, haar dochter, mijn vrouw en onze zoon met een vrouw praten die twee hondjes aan het uitlaten was. De vrouw had Billie vanochtend om negen uur gezien. Ze wees een richting op en wij volgden haar wijsvinger. We liepen langs een man die met een tuinslang zijn invalidenwagentje aan het wassen was. En langs een speeltuin waar alleen spinnenwebben aan het schommelen waren. Je ziet het steeds vaker. Een vergeten speeltuintje in een volledig vergrijsde buurt. Niet veel dingen zijn verdrietiger dan speeltuinen die op de verkeerde plek staan.

“Dat is de man die ik gisternacht zag. Dat is de man die haar oppakte,” zei de buurvrouw. Ze wees naar een man die zichzelf enkele tellen later in een vervallen schuurtje opsloot.

En toen zagen we haar rennen. Ze zat achter een libelle aan. Als een donzig karaokeballetje huppelde ze door het gras. Ik pakte haar op en voelde haar hart spartelen. Ze was geschrokken. Billie wilde helemaal niet weg­rennen, ze wilde gewoon rennen. Thuis viel ze in zo’n ­diepe slaap dat alleen een derdejaars archeologie haar wakker had kunnen maken.

Op straat trok ik de posters van de lantaarnpalen af. Gelukkiger ga ik deze vakantie niet worden. Ik was iets kwijt, ik hing een poster op, ik vond dat wat ik kwijt was en kon de poster weer verwijderen. ‘Vermist’-posters van lantaarnpalen aftrekken, niets in dit leven brengt meer licht.

Dus, beste lezer. Hang een poster aan een lantaarnpaal. Ook als u niets kwijt bent. Ga iets anders doen. Lees een boek, maak een puzzel of doe een dutje in de tuin. Loop een paar uur later naar de lantaarnpaal en trek de poster van de lichtbron af. U was iets kwijt wat u niet kwijt was. Voel de dankbaarheid door uw aderen razen.

Uw speeltuin staat precies op de goede plek.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden