Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Opeens sloop hij mijn geest binnen. Hij heette Jonas, een manke jongen

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Opeens sloop hij mijn geest binnen. Hij heette Jonas, een manke jongen.

Het was het wonderjaar 1968. Ik was verliefd op S. en op weg naar mijn zestiende verjaardag. S. zien opende mijn dichtader, mijn proza-ader, mijn muziekader en ook mijn verregaande politieke engagement, want ik wilde denken zoals zij dacht en dat vervolmaken zodat ze mij zou bewonderen om mijn indrukwekkende politieke inzichten.

“Je stinkt uit je mond,” zei ze toen ik mijn pijp opborg nadat ik haar luid had verteld wat voor een ploert ik die Lyndon B. Johnson vond, de president van Amerika.

Hoe Jonas in mijn leven kwam, weet ik niet. Ik geloof via een ‘vergadering’ in de Haarlemmer Houttuinen waar S. regelmatig naartoe ging.

“Ik heb een groot Vietnamarchief,” zei Jonas. Dat moesten we komen bekijken.

En zo gingen we naar een huis in De Pijp dat op omvallen stond en werd mijn zoveelste minderwaardigheidscomplex geboren; ik zag een muur vol orders en mappen met ‘informatie’. Jonas gaf ons college over het ‘Tetoffensief’ en ik zag het hart van S. naar het zijne reizen.

Toen S. en ik later naar huis liepen, zei ze over Jonas: “Hij wéét.”

Wat zou er van Jonas geworden zijn?

Hij strompelde mijn geest binnen toen ik de – ik denk honderdste – e-mail kreeg van lezer H. die mij wil overtuigen van de slechtheid van Zelenski en Oekraïne.

‘U stelt dat de Russen fakenieuws krijgen van de Russische Staatsomroep. Waar haalt mijnheer Holman zijn kennis vandaan? Toch ook van onze staatsomroep?’

‘De Russen winnen, maar mijnheer Holman doet of Oekraïne wint.’

‘Ziet mijnheer Holman de rol van Amerika niet? Een slechte economie die het door een oorlog (wapenindustrie) weer op poten probeert te krijgen.’

Ik antwoord nooit. Steeds denk ik: hij zal nu toch wel inbinden. Maar nee. Ook hij wéét, suggereert hij.

Jonas en S. hebben wel ‘iets’ gehad. Liefdesverdriet doofde mijn engagement. Grappig hoe de liefde je onmiddellijk van standpunt kan laten veranderen. Beter dan een ‘archief’.

Ik weet niets van mijn lezer H. Ik vermoed dat hij van mijn leeftijd is.

Jonas ben ik nog één keer tegengekomen.

“Wat doe jij?” vroeg hij.

“Ik wil studeren.”

“Je zou je ook kunnen inzetten voor de goede zaak.”

“Misschien na mijn studie.”

“Laat anderen maar weer de kastanjes uit het vuur halen.”

“Ik zal erover nadenken,” zei ik.

Dat nadenken moet ik nog doen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden