Column

Op zoek naar de mensen met de beste vragen

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

De OBA bestaat honderd jaar. Voor mij persoonlijk is dat altijd een vrijplaats geweest waar ik bijna alles wat ik ken en ben, heb geleerd en ontdekt.

In de bovenbouw van het atheneum besloot ik dat ik het een gek idee vond om door iemand anders opgelegd te krijgen wat ik moest leren en vooral hoe ik moest leren. Dat ik wilde leren, wist ik honderd procent zeker.

Onderzoeken, analyseren, uiteenzetten, schrijven, presenteren, het waren allemaal zaken waar ik mijn handen met liefde vuil aan maakte. Maar alleen voor dingen die ik zelf interessant vond. Dat stond voor mij fundamenteel aan de basis van een gevoel van vrijheid.

Een leergierige leerling die te eigenwijs was om het traditionele onderwijsprogramma te volgen, botste natuurlijk met het schoolsysteem waar ik deel van uitmaakte. Dus zat er weinig anders op dan spijbelen. Anders dan veel vrienden in die tijd sleet ik mijn uren vervolgens niet onder viaducten of op bankjes, maar ging ik naar de bieb.

Ik was niet weg te slaan uit de OBA. Vooral niet van de vierde en de zesde verdieping: de kunst- en filosofieafdeling. De vierde verdieping bezocht ik om op de piano te spelen.

Anders dan de piano bij de ingang van de bieb stond er op deze verdieping een waar altijd een koptelefoon zat ingeplugd. Zo kon ik oefenen zonder dat mensen het hoorden als ik een valse noot speelde. Ik leerde mezelf nummers spelen van artiesten die ik zag als idolen, terwijl ik las uit boeken van schrijvers die mij inspireerden voor mijn eigen teksten.

Natuurlijk kwam ik er ook voor het internet. Thuis had ik niet eens een eigen computer. Daar in de OBA schreef ik mijn eerste korte verhalen die eindigden in mijn debuutbundel. Ik schreef er ook mijn profielwerkstuk, waarmee ik uiteindelijk toch nog met een diploma van de middelbare school af kon gaan.

Als ik niet las, schreef ik. Als ik niet schreef, speelde ik. Als ik niet speelde, was ik met een heel leuk meisje op de zevende verdieping een sapje aan het drinken bij La Place om vervolgens in een van de vele vergaderruimtes stiekem te schuifelen op soulmuziek. En als ik dat niet deed, was ik er om een videoclip op te nemen met mijn rapgroep. Je kan het zo gek niet verzinnen of ik deed het daar, in de OBA.

Een van de belangrijkste lessen die ik er leerde tussen al die boeken van en over kunstenaars en denkers, was dat ik eigenlijk niet op zoek was naar mensen met de beste antwoorden, maar naar mensen met de beste vragen. Die vond ik in Dantes Goddelijke komedie, in Michail Boelgakovs De meester en Margarita en in Nescio's Titaantjes.

Allemaal boeken die ik liever niet terugbracht. Totdat ik op een dag geen boek meer kon lenen door een te hoge boete: tien euro.

School, straat, hiphop, literatuur, religie, kunst, liefde en Amsterdam kwamen voor mij allemaal samen in de bieb. Een plek waar je veilig kon verdwalen.

OBA, I love you.

Rapper en schrijver Massih Hutak (26) schrijft columns voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden