Plus Column

Op zoek naar de kloot­viool die het allemaal heeft laten gebeuren

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Ik heb een Braziliaanse vriend die zich graag mag verbazen over de Nederlandse volksaard. Zoals bijvoorbeeld over ons onvermogen om het noodlot te accepteren als iets noodlottigs.

Als er iets vreselijks gebeurt, weet mijn vriend dat het Journaal de volgende dag zal openen met de vraag wie daarvoor verantwoordelijk kan worden gesteld. Meestal krijgt hij nog gelijk ook.

Dat vreselijke dingen zomaar kunnen gebeuren, is voor ons kennelijk een onverdraaglijke gedachte. Het aanwijzen van een verantwoordelijke man, vrouw of organisatie die in gebreke is gebleven, helpt bij het terugvinden van de geruststellende zekerheid: dit vreselijke voorval had voorkomen kunnen worden als iedereen zijn werk maar had gedaan.

Ik moest denken aan die karaktertrek bij het doorspitten van archieven over de Bijlmerramp die begin volgende maand voor de 25ste keer wordt herdacht. Enorme hoeveelheden papier getuigen van een jarenlange zoektocht naar een acceptabel antwoord op de vraag hoe dit in hemelsnaam kon gebeuren.

Een bevredigend antwoord is er nooit gekomen, ook niet na de moeder van alle onderzoeken in de vorm van een parlementaire enquête. Er zijn altijd vragen blijven bestaan, bijvoorbeeld over de gekozen route van het vliegtuig, de vracht aan boord en de beroemde mannen met de witte pakken. Het antwoord op die vragen zal waarschijnlijk nooit komen.

Wat de archieven ook vertellen: de onvoorstelbare inzet van hulpdiensten, bestuurders en burgers in de uren, dagen en maanden na de ramp.

Vrijwel meteen na de inslag kwam een operatie op gang om de getroffen mensen te helpen. Buurt­bewoners namen het voortouw, en zij kregen al snel gezelschap van de professionele hulpverlening.

Het zijn soms de kleine dingen die de meeste indruk maken. Tussen alle stukken vond ik een velletje van de vogelopvang op de Bijlmerweide met een overzicht van de huisdieren uit de getroffen flats die na de ramp waren opgevangen. Een droge opsomming is het: honderd tropische vogels, vier parkieten, een sierduif, een kip, vier konijnen, een tamme rat. Samen vormen ze een heel kleine ark van Noach, ontsnapt aan de vuurzee.

Beheerder Gerrit Zant weet 25 jaar later nog uit het hoofd te vertellen hoe het de dieren van het lijstje is vergaan. De meeste werden na korte of langere tijd opgehaald door hun baasjes die de ramp bleken te hebben overleefd. Andere dieren zijn altijd in de opvang gebleven. Zoals de vier dwerghamsters van een van de slachtoffers, een jonge vrouw uit Barbados.

Ongetwijfeld gaat deze stad nog verschrikkelijke dingen meemaken in de toekomst. Het noodlot gaat zijn eigen gang.

De geschiedenis van de Bijlmerramp leert dat we ook mogen ­rekenen op een ongelooflijke ­bereidheid om op zulke moeilijke momenten de helpende hand toe te steken. En daarna gaan we, naar goed Nederlands gebruik, op zoek naar de kloot­viool die het allemaal heeft laten gebeuren.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.