Plus

Op zo'n moment draag ik de troetelterm knuffelmarokkaan met trots

Mano Bouzamour (1991) publiceerde eind 2013 zijn succesvolle debuutroman De Belofte van Pisa. Elke zondag lees je hier zijn column uit Het Parool.

Mano Bouzamour Beeld Wolff

Heel soms word ik eraan herinnerd dat ik Marokkaan ben. Meestal door Nederlanders. De ochtend voor het Boekenbal ontving ik een sms'je van een redacteur van een prestigieus programma. Jan nog iets van EenVandaag met de vraag of ik hem even kon bellen. Hij wilde mij graag interviewen. Ik dacht, vast over het Boekenbal, erg leuk!
Dus belde ik hem op.

"Dag Mano, aanleiding is een gesprek dat we onder meer hebben gehad met de voorlichter van de politie Düsseldorf over het zeer groot aantal plofkraken in Duitsland gedaan door - en dat zei hij nadrukkelijk -veelal jongeren van Marokkaanse afkomst, die zich bedienen van snelle auto's. En omkomen tijdens hun vlucht voor de politie."
"Oké."

"We kunnen binnen een uurtje bij je zijn, komen met een cameraploeg aan tafel schuiven en," dit zei hij dus echt, ik fucking zweer het: "We hoeven geen namen te weten."
Ik antwoordde: "Hé, ho even..."
"Ja?"
"Hoef ik echt geen namen te noemen?"

"Ha, nee, Mano, dat hoeft niet."
"Ik wil namelijk best wat namen en rugnummers verklappen, hoor." Grapte ik en vervolgde: "Voor wat zendtijd geef ik best een paar oude jeugdvrienden op!"
"Nee, namen noemen hoeft niet. Wat wij willen is een sociologische schets van die Marokkaanse jongeren. En je hebt dat boek geschreven, goed boek trouwens."

"Dank."
"Het interview, waarin we ook verwijzen naar je roman en je nadrukkelijk introduceren als auteur, kunnen we begin van de middag doen. En ik denk dat jij de aangewezen persoon bent om dit fenomeen toe te lichten."
"Ja. Nee. Natuurlijk. De aangewezen persoon."
"Gezien jullie achtergrond, zeg maar."
"Juist."

Er was geen sprake van een hakkelende stagiair, het was duidelijk iemand met jarenlange ervaring. Ik wilde tegen Jan zeggen dat ik geen fucking woordvoerder ben. Niet voor de Marokkaanse gemeenschap. Niet voor moslims. Ook niet voor ex-moslims. Net zo min voor plofkrakers die zich bedienen van snelle auto's en tijdens het vluchten omkomen. Echt niet.

Ik wilde zeggen dat ik best een woordvoerder voor humanisten zou willen zijn. Militante humanisten die uit diepgewortelde liefde voor de medemens best een keer iemand een kopje kleiner willen maken. Ik hou van mensen met al hun geweldige gebreken. Ook van de redacteur.

Ik stelde mij voor dat ik de deur met een grote glimlach zou opendoen, zijn hand slapjes zou schudden en hem vervolgens omhelzen en zijn gezicht stevig tegen mijn borst drukken. Gewoon zachtjes doodknuffelen met weinig geweld. Tot hij niet meer murmelt, spartelt en stomme vragen stelt.
Dan draag ik de troetelterm knuffelmarokkaan met veel trots.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden