Johan FretzBeeld Artur Krynicki

Op thuisisolatie hoeven jonge ouders niet te oefenen

PlusJohan Fretz

Het kinderdagverblijf was beslist geen luchtvaartmaatschappij: we werden niet afgescheept met vouchers. Toen de noodmaatregelen werden aangekondigd, was onze zoon James pas net begonnen met wennen bij de opvang. Toch hoorden we er al helemaal bij. 

In de afgelopen maanden ontvingen we telkens de liefste mails van het management om ons op de hoogte te houden van de laatste ontwikkelingen en er was zelfs een door de overheid ingestelde (volledige) compensatieregeling. Lang leve de organisatorisch gestroomlijnde hemel die Nederland heet.

Op de thuisisolatie hoefden we als jonge ouders natuurlijk ook niet te oefenen. James is van eind november, dus half maart zaten wij feitelijk al vier maanden in quarantaine. Een bezoek aan de bakker of het park om de hoek was hier al dagelijks het grootste avontuur buiten de deur. We beheersten het goed: binnen blijven. Maar toen we ook echt niet meer naar buiten mochten, zetten we nog een tandje bij. 

Zo werd dit huis van zeventig vierkante meter in de afgelopen weken een thuis, een kantoor, een sportschool, een restaurant, een bioscoop, een stamkroeg en kinderdagverblijf ineen. Zo goed en kwaad als dat ging natuurlijk. Probeer maar eens iets te schrijven, terwijl je temperamentvolle zoon van zes maanden met bovenmenselijke longinhoud duidelijk maakt dat hij niet gediend is van gemalen broccolipasta.

Nee, niemand hoefde om acht uur ’s avonds voor ons op het balkon te staan klappen, al was het maar omdat James daar ongetwijfeld meteen weer wakker van zou zijn geworden. We waren in twee maanden tijd, nog meer dan we al waren, een eekhoorn­familie geworden, die zich met hun lading beuken­- nootjes voor de koude winter had teruggetrokken in een boomholte. 

We genoten met volle teugen van onze zoon. Hij kende geen enkele coronapaniek, met zijn serene, onbevreesde blik stelde hij ons soms gerust in plaats van andersom. Maar af en toe verzuchtten we doodop tegen elkaar: “O man, ik ben toe aan kinderopvang! Desnoods voor onszelf, dat wij een dagje mogen.”

Gisteren was het zover, maar van enige euforie was weinig sprake: misschien een quarantainevariant van het stockholmsyndroom. Ik liep met James in de draagzak over de Nassaukade. Op weg naar het kinderdagverblijf, waar hij opnieuw moest beginnen met wennen. 

Er was een heel coronaprotocol. Een uitgestippelde route op basis van eenrichtingsverkeer. Ik moest met een code door de voordeur, de tuin in, naar de buitendeur van de groep, aankloppen (liefst met handschoenen), en mijn zoon in het daartoe bestemde wipstoeltje zetten, dan anderhalve meter afstand nemen en – natuurlijk zonder te hoesten – de leidsters vriendelijk gedag zeggen.

Ik zette James in het stoeltje. Hij keek vrolijk om zich heen, zoals altijd volkomen senang met zichzelf. Onze kleine moksiman, met zijn bos zwarte haren, was een bezienswaardigheid. Vrijwel meteen dartelden er twee blonde meisjes om hem heen.

“Wie is dat?” vroeg een van hen.

“Dat is James,” zei de leidster.

Hij lachte onder zijn coronakuif door schalks naar de meisjes. Iets zei me dat hij ons vandaag niet zou gaan missen. Dat het ‘opnieuw wennen’ weinig ­problemen zou opleveren. Ik kon met een gerust hart vertrekken.

Maar toen ik alle pijlen op de grond had gevolgd, via het protocolpad de nooduitgang had verlaten, het desinfectiegelletje dat mijn vriendin me dwingend had meegegeven over mijn handen had uit­gesmeerd, besefte ik: het is niet te geloven, krankzinnig. Na maanden 24/7 in de zorgstand heb ik eindelijk één moment volledig voor mezelf, maar man: ik mis die kleine driftkikker nu al.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden