Erik Jan HarmensBeeld Artur Krynicki

Op slechte dagen hou ik me bezig met randzaken

PlusErik Jan Harmens

Ik moet iets bekennen: ik ben een groot liefhebber van de oudekaassalade van Johma. Iedereen die ik ken vindt het ranzig, maar ik krijg maar geen genoeg van die combi van waterige slaolie met bremzoute kaassnippers. Met een lepeltje of desnoods met m’n wijsvinger kaan ik zo het hele bakje leeg. Het is maar goed dat ik om de dag hardloop, anders was ik zeker zwaarlijvig geworden, oftewel dor hout in tijden van pandemie.

Los van dat ik mijn lovehandles ermee in toom houd, loop ik ook hard om even niet te hoeven nadenken. Mijn volle hoofd wordt leger en het enige wat ik visualiseer is die ene voet die naar voren moet en dan de andere. Die handeling herhaalt zich, herhaalt zich. Het werkt hypnotiserend en soms ben ik zo met mijn gedachten afgedwaald dat ik hele stukken kwijt ben. Dat gebeurde ook toen ik nog dronk, maar díé black­outs vond ik vreselijk, omdat ik bang was dat ik in zwaar benevelde toestand iets ergs had gedaan. Iemand zomaar op de mond had gezoend of juist geslagen. Dat ging ik dan navragen en nooit had ik het gedaan.

Soms gaat het hardlopen zo lekker, dan huppel ik als een hinde door het veld, maar ik heb ook slechte dagen en dan kom ik er niet in en hou ik me toch weer bezig met randzaken. Zoals de vraag aan welke kant van de weg ik moet rennen. De ene loper die mij tegemoetkomt houdt links aan, de ander juist rechts en loop ik ook aan die kant en ga ik niet op tijd opzij, dan hoor ik die ander denken: amateur!

Een ander onderwerp waar ik te veel over ga nadenken is: groet je elkaar wel of niet? De ene hardloper steekt vrolijk zijn hand op in reactie op de mijne, de ander doet of ik lucht ben en gebeurt dat twee, drie keer, dan geef ik er ook maar de brui aan, waarna de volgende mij proactief wél groet en ik te laat ben om het terug te doen, waarop ik ’m het liefst achterna zou rennen voor alsnog die hai-hai, maar het maakt mensen bang als je ineens omkeert en achter ze aan gaat rennen.

Op zulke slechte dagen kom ik thuis en zit mijn hoofd nog voller dan het al zat. Ik pak een bakje salade van de stapel en lees op het etiket dat de oude kaas die erin verwerkt zit veertien maanden gerijpt heeft. Véértien maanden, dus niet twaalf. Na een jaar hebben ze er bij Johma gewoon nog twee maanden aan vastgeplakt. Een lulverhaal natuurlijk, maar ik heb het hele bakje uitgelepeld en het smaakte verrukkelijk. Kwam het toch nog goed met de dag.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden