Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Op nog geen 200 meter van mijn huis ontplofte, diep in de nacht, een bom

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Op nog geen tweehonderd meter van mijn huis ontplofte vorige week, diep in de nacht, een bom. Boven een winkel die nog niet geopend is. Een handkus van de onderwereld. Waarschijnlijk is er een rekening niet betaald. In oude detectives las ik ooit dat Joe Spaghetti even langskwam met een honkbalknuppel en de knieën van de wanbetaler tot poeder sloeg of hem een deuk in zijn hoofd bezorgde.

Ik vroeg me af of zo’n nachtelijke bom nu vooruitgang betekende of niet. Er sterft niemand, alleen het pand heeft een opdoffer gekregen en de boodschap is toch duidelijk. Ik zou betalen.

Het zou best kunnen dat er al mensen zijn gearresteerd. Vermoedelijk jongens van dertien met merkkleren aan en een mooi schoudertasje om en toffe schoenen die ik nooit zou kunnen betalen aan hun kakkies.

Ik was vroeger zeker geen heilig boontje en het had slecht met mij kunnen aflopen. Er was veel misgegaan dat opgelost moest worden met slaag, psychiatrische hulp en zorg van andere familieleden dan mijn ouders.

Naarmate ik ouder word denk ik vaak: wat hielp echt?

Het klinkt misschien arrogant en wijsneuzerig, maar het waren het D-akkoord, het G-akkoord en het A-akkoord op een geleende gitaar zodat ik Blowin’ in the wind van Bob Dylan kon spelen en duizend andere liedjes, de gedichten van Hans Lodeizen die mijn zusje voorlas en die zo mooi en eenvoudig waren dat ik ze ook zo zou kunnen schrijven en de verhalen van Remco Campert (zie Hans Lodeizen).

Maar eigenlijk is dat geen antwoord met grote algemene geldigheid. Dat je ‘gered’ wordt is uiteindelijk een kwestie van geluk, vrees ik. Het is een combinatie van factoren die je niet in de hand hebt.

Natuurlijk, goede zorg, financiële ruimte, goed onderwijs, geen honger, noem maar op, vergroten de mogelijkheid om aan de goede kant terecht te komen. Maar toeval speelt een belangrijke rol. Een aardige onderwijzer, een lieve tante, een goede buurman.

Waarom zou je afzien van die paar honderd euro om een bom te plaatsten of iemand neer te schieten? Dat doe je alleen als er iets is dat je moraal heeft gescherpt omdat er iets belangrijkers is. Maar wat is belangrijker? De rijke stinkerd met een universitaire opleiding en een grachtenpand onder z’n kont kan een misdadiger geest hebben dan zo’n knulletje dat een Vuittontasje wil.

Er bestaat een vorm van onrechtvaardigheid die je een ongeneeslijke ziekte kunt noemen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden