Plus Column

Op mijn zevende demonstreerde ik voor het eerst

Natascha van Weezel. Beeld Agata Nowicka

Op de Dam staan veertigduizend mensen. De stromende regen lijkt niemand te deren. Om me heen zie ik ­regenpakken en honderden gekleurde paraplu's. Het natte weer verbroedert; diegenen zonder paraplu ­mogen schuilen bij anderen.

Na praatjes van klimaatwetenschappers en BN'ers beweegt de menigte zich in de richting van het Rokin. Velen hebben spandoeken bij zich met teksten als: Wageningen aan zee,' ­'Klimaatdrammers United' en 'Fuck each other, not our future.'

Mijn ouders zijn babyboomers. In hun jeugd demonstreerden ze tegen de oorlog in Vietnam, tegen kern­wapens en voor democratisering van het onderwijs. Elke week was er wel een of andere actie of mars voor 'de goede zaak.' Zolang als ik me kan herinneren vertelden ze mij trots over hun avonturen, in de hoop dat ik ook de barricades zou opgaan.

Op mijn zevende demonstreerde ik voor het eerst. Mijn moeder sleepte me mee naar een solidariteits­bijeenkomst voor Joegoslavië, ook op de Dam. Ik zag ­volwassenen die schreeuwden, klapten en joelden. Ik begreep er helemaal niets van en vond het eigenlijk een beetje eng. Zo hoorden grote mensen zich toch niet te gedragen?

Het werd pas leuk toen ik na afloop een knuffel in de vorm van een clown kreeg, die mijn ­moeder kocht bij een standje van een Joegoslavische vluchteling. "Geef hem maar een Joegoslavische naam," zei mijn moeder. Ik noemde hem Mizamir.

Na die eerste kennismaking had ik de smaak niet ­meteen te pakken. Net als de rest van mijn generatie vond ik demonstreren een suffe aangelegenheid. ­Tijdens mijn middelbareschooltijd werd er slechts één grote demonstratie georganiseerd: tegen de Tweede ­Fase en het Studiehuis. Op school meldde ik dat ik ­erheen zou gaan, zodat ik geen lessen hoefde te volgen.

In werkelijkheid besloten we met een groepje bij de H&M te gaan winkelen. Ik zette me af tegen alles waar mijn ouders voor stonden.

In 2016 waagde ik me voor het eerst weer aan een ­demonstratie. Samen met mijn moeder liep ik mee in de stoet van Ieder1, een initiatief van acteur Nasrdin Dchar om polarisatie tegen te gaan. Pas toen begreep ik het voorrecht van demonstreren, hoe belangrijk het is om je stem te laten horen. Dat zelfs één stem een ­wezenlijk verschil kan maken.

En dat gevoel komt tijdens de klimaatmars nog ­overweldigender boven. Klimaatverandering is een ­ongekend probleem. Toch koester ik de hoop dat het goed kan ­komen met de wereld, nu ik zoveel tieners en twintigers zie strijden voor hun idealen. Wat dat betreft ben ik blij dat de generatie onder mij zich niet afzet ­tegen de­ babyboomers.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden