column

Op het terras met de dode schrijvers

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column.

Theodor Holman Beeld Wolff

Mijn dochter en ik zitten op een terras. De baby, Bloem, is bij haar vader en Koning is bij één van z'n oma's.

Dochter en ik zwijgen.

"Waarom lach je?" vraagt ze opeens.

"Nou... Ik dacht... Ik zat destijds op dit terras met Theo van Gogh, en toen liep Ischa Meijer langs. 'Heb jij hier ook een afspraak met Sonja Barend?' vroeg Ischa aan Theo om hem te pesten, want Sonja en Theo waren in een juridische strijd gewikkeld om..."

"Pap, ik ken het verhaal."

"Oké, en dat ik hier met Martin van Amerongen zat? Dat Martin, die ik als intellectueel en denker zeer hoog had zitten, tegen me zei: 'Ik heb vandaag mijn boek over Ruud Gullit afgemaakt, en ik geloof dat ik vanavond voor het eerst in mijn leven naar een echte voetbalwedstrijd ga en ik vraag me af, goede vriend, of jij mij in alle bescheidenheid, en zonder dat de andere cafébezoekers het merken, de zogenoemde buitenspelval kunt uitleggen.'"

"Ja, pap. Duizend keer."

Ik hield mijn mond.

Mijn gedachten gingen naar A., met wie ik hier twee weken voor ze zelfmoord pleegde nog had afgesproken, en toen leek er niets met haar aan de hand, behalve dat ze zei dat ze zwanger was van J. "Je ziet er gelukkig uit," had ik welgemeend gezegd, maar ja: een groot psycholoog ben ik nooit geweest.

"En Simon Carmiggelt woonde daar, even verderop," zei ik opeens.

Mijn dochter zweeg, maar keek wel uit het caféraam.

"Ik heb nog een ansichtkaart van Carmiggelt gekregen, waarop hij..."
"Ik weet het, pap."
"Ik ben nog steeds trots op die kaart!"
"Weet ik, pap. Terecht. Je hebt ook zo'n brief van Annie M.G. Schmidt gekregen, toch? "Ja, waarin ze zei..."
"Jahaa!"

Opeens zag mijn dochter een van Nederlands beste schrijvers langsrijden op de fiets en ze zwaaide. Ik wendde mijn hoofd af, omdat ik me altijd schaam tegenover auteurs die meer verkopen dan ik, dus tegenover heel literair Nederland.

"Die schaamte van jou zal ik wel nooit begrijpen," zei ze.

"Dat heeft Komrij ook eens tegen me gezegd. Weet je wel: Gerrit Komrij. Meesterlijke columnist ook."

"Ze zijn dood pap. Allemaal, over wie je sprak. Dood. Weet je dat wel?"

Ik antwoordde niet.

Toen zwaaide de deur open en kwam Martin Bril binnen.


t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden