Column

Op het Stadionplein brak mijn hart als een lang stuk kroepoek

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka

De terugreis uit Zuid-Frankrijk vond ik altijd het leukste gedeelte van de zomervakantie. Lyon, Dijon, Nancy, Metz. Twee tussenstops in Mâcon en Thionville. Ik hield van die relaxte sfeer van de terugreis. Van het niet meer verkeerd kunnen rijden. En natuurlijk misten we soms een afslag, maar zolang we in noordelijke richting bleven rijden, zouden we thuiskomen.

Thuiskomen. Als ik aan thuiskomen denk, denk ik aan het Stadionplein. De vakantie was pas echt over als ik het Stadionplein zag. Net voordat mijn vader de snelweg verliet, maakte mijn moeder ons wakker.

"Jongens, we zijn thuis." En dan zagen mijn zus en ik het Stadionplein. De benzinepomp, de toren van het Olympisch Stadion, de normale Febo en de ietwat duurdere Febo waar je je broodjes van een bordje kon eten. Maar ik was pas echt thuis als ik restaurant New San Kong had gezien. Die twee stenen leeuwen voor de ingang.

Wij aten altijd bij New San Kong als we iets te vieren hadden. "Dit moeten we vieren," zei mijn moeder dan en dan wist ik gelijk dat ik een overhemd en mijn nette begrafenisschoenen aan moest trekken. En dan liepen we met z'n vieren over de kade.

"Wat ga jij eten, Jeemo? Ik ga met een grote loempia beginnen," vroeg mijn vader als we het restaurant in de verte al konden zien.

"Ik ga voor twee grote loempia's, want je bent pas echt een man als je meer kunt eten dan je vader," antwoordde ik.

Naast New San Kong gingen we ook vaak naar Yade City op de Koninginneweg. Dit restaurant bezochten we vaak op zondagavond rond de klok van half zeven. Dan gingen we aan de bar van het afhaalgedeelte zitten en dan las ik de halve leesmap, terwijl mijn vader bestelde wat we altijd bestelden.

Aan de overkant van de bar zat steevast een bezorger die op telefoontjes aan het wachten was met een helm op. En als de telefoon ging, deed hij zijn helm open en duwde de hoorn van de telefoon naar binnen.

"J.J. Viottastraat 19. De bel doet het niet? Of ik op het raam kan kloppen? Natuurlijk kan ik dat. Of ik zachtjes wil kloppen, omdat de hond slaapt? Natuurlijk, mevrouw."

Niet veel later zat ik met twee tasjes en een nieuwe bamboekalender op mijn schoot in de auto van mijn vader. De tasjes brandden gaten in mijn dijbeen, maar ik voelde geen pijn, want ik rook de verrukkelijke zoetzure kip en ik wist dat we het begin van Studio Sport met gemak zouden halen.

Gisteren reden mijn vrouw en ik na een autorit van tien uur het Stadionplein op, maar ik zag door al de huizen het plein niet meer. Het voelde niet als thuiskomen. We reden langs het pand waar New San Kong ooit zat, maar ik zag de stenen leeuwen niet. En we reden langs het pand waar Yade City ooit zat, maar ik zag geen helm.

"Wat was dat voor geluid?" vroeg mijn vrouw.

"Dat was mijn hart, schat. Mijn hart brak als een lang stuk kroepoek."

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden