Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Op het scherm van de iPad verscheen de patiënt

PlusTheodor Holman

We zaten rond de iPad.

Op het scherm zagen we opeens het gezicht van Vera verschijnen.

“Ha… Hij doet het,” zei ze.

We zwaaiden.

“Dan draai ik nu de iPad even naar Joop,” zei Vera.

Het scherm vulde zich met wit en geel en daar zagen we hem in het ziekenhuisbed liggen.

“Dag Joop,” zei ik.

“Hoi,” zei mijn vrouw.

Joop stak een hand op, maar wekte niet de indruk dat hij ons goed zag, want hij zei: “Ik kan ze godverdomme niet goed zien. Doe dat kloteding iets dichterbij.”

“Kalm, Joop,” zei Vera.

We zagen weer veel wit, hoorden gemurmel dat we konden interpreteren als gevloek en plots was het gezicht van Joop goed zichtbaar. Hij leek niet op zichzelf. Zijn kop leek uitgewalst.

“Hoi Joop,” zei ik wederom geacteerd opgetogen.

Er kwam een slangetje uit zijn neus dat hem niet lekker zat.

”Het is godverdomme allemaal kut!” vatte hij zijn toestand samen.

“Zodra dat virus verdwenen is, komen we naar je toe,” zei mijn vrouw.

“Het is belachelijk dat jullie niet mogen komen. Ik heb dat teringtyfuskankervirus niet! Ik ben godverdomme gewoon doodziek!”

Vera greep weer in.

“Vloek niet zo. Dat is nergens voor nodig.”

Ofschoon ik me niet in de echtelijke dialoog wilde mengen, zei ik toch: “Ik ben blij dat je je normale vocabulaire weer soepel hanteert, Joop.” Maar hij lachte er niet om en zei alleen maar: “Jullie moeten gewoon hier komen, of het mag of niet!”

“Het is kutjepeertje, Joop, maar het mag niet van de dokter en ik heb van mijn moeder geleerd me aan de doktersvoorschriften te houden.”

“Het is zeker kutjepeertje. Alles is kutjepeertje. Maar goed…”

Hij zweeg en staarde ons aan. Het was een merkwaardig zwijgen waarin mijn glimlach tevergeefs contact probeerde te maken met zijn woedende gelaat. Ik vroeg me af of mijn grijns misschien niet te vrolijk was en liet mijn mondhoeken wat hangen terwijl ik bedachtzaam knikte. Omdat de stilte me enigszins benauwde, zei ik veel te vrolijk: “Wij gaan straks naar de kleinkinderen… Oppassen!”

Maar ik schaamde me meteen voor deze onbenullige zin die zelfs iets wreeds had. Hij had geen kleinkinderen.

Toen kwam Vera in beeld en zei: “De dokter komt eraan. Ik moet de verbinding even verbreken.”

Ik knikte.

“Dag Joop,” zeiden wij, “dag Joop!”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden