Maarten Moll Beeld Sjoukje Bierma
Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Op het ijs van de Ooster Ringdijk stond de jeugd te dansen

PlusMaarten Moll

Op het ijs van de Ooster Ringdijk stond de jeugd te dansen.

Zaterdagmiddag, drie uur.

Een krat bier tussen benen, flessen wijn en cola op het muurtje van het oude gemaal.

Luide, volkse muziek.

Hard genoeg om omwonenden naar de telefoon te doen grijpen. (’s Ochtends had het ijs nog fantastische geluiden gemaakt op het bewegen van een enkele schaatser. Minimal music, heel goed om op in te slapen, lijkt mij.)

De kou had de 1,5 meter doen krimpen tot decimeters.

Jongens en meisjes draaiden om elkaar heen.

De jongens die hun kunnen showden op ijshockeyschaatsen. Meiden met glaasjes in de hand die al giebelend van de jongens wegreden.

Paringsdans op schaatsen.

De uitgelatenheid spatte ervan af.

Ik stond er een hele tijd naar te kijken. Bep kwispelend naast me.

“Word je nostalgisch?” zei M.

We liepen verder.

M. vroeg wanneer ik voor het laatst door het ijs was gezakt. Ik geloof dat het in mijn jeugd was, op Sportpark Zuid, waar ze een veld hadden laten onderlopen. Tot halverwege een van mijn knieën. Verhaaltje van niks.

Maar onze hond toen wel, zei ik. Flip. Mijn moeder was met hem gaan wandelen in het Bonanzapark. Om de grote vijver, waar druk werd geschaatst. De hond was in de buurt van een wak het ijs opgelopen en er doorheen gezakt.

Mijn moeder wist niet wat te doen. Flip draaide als een dol geworden helikopter rondjes in het wak. En hij piepte. Mijn moeder liep naar haar fiets, en riep heel hard: “Ik ga hoor. Ik ga nu naar huis.” En ze pakte haar fiets en deed alsof ze opstapte.

Toen is Flip – word ik hier nou echt in de steek gelaten? – toch uit het water en op de kant weten te komen. Mijn moeder wikkelde hem in haar sjaal, zette Flip in de hondenmand achter op de fiets en reed naar huis. Iemand heeft er een foto van gemaakt.

Flip, in een zomer uit de tuin ontsnapt en in een flauwe bocht vlak bij de Kruisbergse bossen aangereden door een vrachtwagen van vleesverwerkingsbedrijf Sturko. Gebroken rug. Ik wilde niet met mijn vader mee om de hond op te halen. Het was geloof ik de eerste bewuste confrontatie met de dood.

“Dus als Bep door het ijs zakt…”

“Ja, heel hard wegrennen.”

Bij het spoor keerden we en liepen we weer langs het ijs terug.

De muziek kwam ons tegemoet. De Zangeres Zonder Naam zong over Mexico. Het verlangen naar vakantie, naar onbeteugeldheid was even vergeten, gezien de op het ijs op en neer springende jongens en meisjes.

Alleen maar lachende gezichten.

De zon zakte, de kou kroop in de lijven omhoog.

De jeugd volhardde. Niemand ging naar huis. Natuurlijk ging niemand naar huis. (Ze hadden al gehoord van de dooi.)

Er had nog steeds niemand de politie gebeld.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden