Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Op gevangenisbezoek bij Eric, Menno, Tamara, Wopke en Lodewijk

PlusTheodor Holman

Wie had dat gedacht? Toen op 12 januari 2021 de gedupeerden van de kindertoeslagenaffaire aangifte hadden gedaan bij de procureur-generaal tegen de vijf (oud) bewindslieden Tamara van Ark, Wopke Hoekstra, Eric Wiebes, Menno Snel en Lodewijk Asscher, had men niet kunnen vermoeden dat deze politici een paar maanden later al in het gevang zouden zitten. De rechter zag bewezen dat ze ‘nalatig in de uitvoering van het ambt’ waren geweest.

Bij hoge uitzondering mocht ik ze bezoeken.

Tamara had een verhouding gekregen met Menno Snel.

“Misschien zou je dat uit de krant kunnen houden…” vroeg Menno, “anders worden wij slachtoffers van roddel en achterklap.”

“Slachtoffers?” herhaalde ik.

Eric Wiebes bleek een verhouding met Wopke Hoekstra te zijn aangegaan.

“Je moet hier een beschermer hebben,” zei Eric, “en Wopke kan boksen en dat is hier echt nodig.”

“Maar ik zie dat u toch een blauw oog hebt.”

“Ja, Wopke is…” Na een blik op zijn maatje te hebben geworpen deed hij er het zwijgen toe.

Lodewijk Asscher zat een beetje alleen.

“Ze hebben me buitengesloten.”

“Hoe komt dat, mijnheer Asscher?”

Lodewijk begon te huilen.

Het viel me trouwens op dat, op Wopke en Tamara na, ze allemaal snel aan het huilen waren.

“Voelen jullie je ook schuldig?” vroeg ik.

“Waaraan?” huilden ze alle vijf in koor.

Ik legde het uit, haalde het rapport erbij, de uitspraak van de rechter, en vervolgens bleef het stil.

“We schijnen schuldig te zijn… maar…” begon Tamara. Ze kreeg een stootje van Menno dat ze haar mond moest houden.

“Jullie wekken niet de indruk je schuldig te voelen.”

“Ik heb excuses aangeboden,” zei Lodewijk. Hij keek angstig naar de anderen. Waarschijnlijk vermoedde hij dat hij, als ik weg zou zijn, in elkaar geslagen zou worden.

“Maar voelen jullie je ook echt schuldig?” vroeg ik nog eens.

“We krijgen hier schandalig slecht te eten. Dat betekent toch dat de mensenrechten geschonden worden,” zei Menno Snel.

“Mensenrechten?”

“Ja,” zeiden ze allemaal door elkaar heen.

“Dat wij hier zitten is volkomen onbegrijpelijk, “ zei Wopke, “maar omdat we hier achter tralies verblijven, ziet men ons toch als criminelen. Echt waar. Terwijl we onze plicht hebben gedaan! Ik snap het gewoon niet.”

“Ik snap het ook niet,” zei Eric.

“Niemand van ons snapt het,” zei Tamara.

“Maar door jullie gedrag werden onschuldige mensen gecriminaliseerd,” zei ik.

“Ja, maar… wij zijn politici.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden