Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Op een dag ontmoette ik Huub van der Lubbe, de man die diamanten strooide

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

“Als ik een zoon krijg, heet ie Huub!” Ik heb het mijn vriend vaak horen roepen als we Paradiso verlieten. Bezweet, bebierd, bezopen. En vooral euforisch. Na urenlang meedeinen met die ene band.

Ik was veertien toen ik voor het eerst met mijn beste vriendin naar De Dijk ging. Pukkelguppies waren we, ons veel te bewust van onszelf, maar zodra Huub zong verdween de schaamte. Hij was zonder schroom, wisselde grootse woorden over liefde af met tedere poëtische teksten. Zijn bravoure, zijn wens om alles te zijn – zanger, poëet, levenskunstenaar – het straalde op ons af. In het bandshirt dat ik na afloop kocht, heb ik zoveel jaar geslapen dat de gaten erin vielen. Eerlijk gezegd ligt het nog in de kast. Ik kan er geen afscheid van nemen.

Als twintigers gingen we opnieuw naar De Dijk, ditmaal met onze hele vriendengroep. Een traditie werd geboren. Jaarlijks stonden we op dezelfde plek, de armen om elkaars schouders. “Als ik een zoon krijg, heet ie Huub!”

Er kwamen relaties, koophuizen, scheidingen, carrières. Er werden kinderen geboren, er gingen ouders dood. De tijd dat we wekelijks ‘op café’ gingen, bleek voorbij. Maar er was een constante. Daar, rechts voor de bar, in Paradiso, keken we samen naar de band. En die tovenaar van een zanger.

Op een dag ontmoette ik hem in de Kleine Komedie, waar hij een ode aan Ramses Shaffy had gezongen. Hij dronk na afloop een biertje. De kennis met wie ik was, stapte kordaat op hem af en complimenteerde hem. Bescheten schoof ik naast haar. Toen Huub mij aankeek, kwam er niets anders dan een raar kuchje.

Jaren later kreeg ik een herkansing toen ik hem mocht interviewen. Me veel te bewust van mezelf zat ik tegenover hem. Het dreigde een rampzalig gesprek te worden. Tot Van der Lubbe zijn jas uitdeed. Want waar hij in eerste instantie voldeed aan het standaardbeeld van een rockzanger – spijkerbroek, laarzen, gegroefde kop – kwam dat ene kledingstuk tevoorschijn: een zorgvuldig gestreken zwarte glitterblouse. Zonder schroom strooide hij met sierstenen, iets wat hij zijn hele loopbaan heeft gedaan.

Bij vertrek vroeg hij aarzelend: “Hebben wij elkaar eerder ontmoet?” Ik schudde hevig mijn hoofd. “O, ik dacht het even...”

Pas nu geef ik het toe: ja, we hebben elkaar eerder ontmoet. Zoals elke fan van De Dijk Huub ontmoette in al zijn Huubheid. Daarvoor kwamen wij vrienden terug, elk jaar. De Dijk is onze constante.

Maar helaas, zelfs constanten houden ermee op. De zoon van mijn vriend kreeg uiteindelijk een andere naam. Maar ergens heten al onze zonen Huub. Want zij zijn nazaten van een generatie die meedeinde met de man met het glitteroverhemd. De man die diamanten strooide.

‘Alles gaat voorbij. De gouden verhalen, de drank, het chagrijn. Het zweet, het verleden, de bittere pijn. Alles gaat voorbij. De chaos, de spanning, de misselijkheid. De strijd tegen waanzin en tegen de tijd.’

Ja, Huub, je zong je gelijk. Alles gaat voorbij. En toch is er één T-shirt dat voor altijd in mijn kast ligt.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden