Plus Column

Op de vraag wat er was, kwam alleen het woord 'papa'

Femke van der Laan Beeld Oof Verschuren

De voeten van de middelste staan naast elkaar op de bagagedrager. Aan beide kanten steekt een stukje uit. We fietsen door de stad. De jongste voorop, ik achteraan. Tussen ons in rijdt de oudste, met de middelste achterop.

Eerst zat ze met twee benen aan een kant, daarna een tijdje achterstevoren. Na het laatste stoplicht zat er aan elke kant een been. Van daaruit is ze gaan staan. Ze legde haar handen op de schouders van de oudste, zette haar voeten vlak bij haar billen op de bagagedrager en trok zichzelf omhoog. De oudste trapte gewoon door.

Ik kijk naar de voeten van de middelste, slik een 'voorzichtig' in. Ze zijn voorzichtig.

De jongste laat zich inhalen door zijn zussen. Hij vindt zijn plaats tussen mij en de stoep. Ik kijk opzij. Zijn schouders zijn opgetrokken. Zijn muts raakt zijn jas.

Gisteren waren er tranen boven een bord eten. Op de vraag wat er was, kwam alleen het woord 'papa'. De andere drie borden begrepen het. De jongste kijkt omhoog, naar het achterhoofd van zijn zus in de lucht. Dan kijkt hij ook naar haar voeten. Hij fronst. Even maar. Ze zijn voorzichtig.

Ik roep dat we zo naar rechts moeten. Drie hoofden knikken. We gaan rechtsaf.

De jongste gaat weer naar voren. Hij kruipt rechts naast zijn zussen. Nu rijden ze naast elkaar. De middelste zakt op haar hurken, haar hielen gaan omhoog. Ze probeert te gaan zitten. De twee fietsen gaan steeds langzamer. Dan staan ze stil.

De middelste springt van de bagagedrager en pakt de jas van de oudste vast. Ik hoor een 'ja' en daarna komen de trappers weer in beweging. De middelste klimt achterop. Aan elke kant een been.

Ik kijk nog even achterom. Ik vraag me weleens af wat er gebeurd zou zijn als we rechtdoor waren gegaan. Of ze dan anders waren. Nu gaan we deze kant op. Nu zijn ze zo.

De middelste houdt haar benen wijd, bij de spaken vandaan. Haar linkerbeen wat verder omhoog dan het rechter, waar de jongste fietst. Ze heeft de jas van de oudste losgelaten, houdt zich vast aan de bagagedrager.

Vier voeten draaien rondjes. Ik hoor ze af en toe iets tegen elkaar zeggen en om beurten kijken ze achterom. Dan zie ik even hun gezichten. Voor net iets meer dan de helft. Dan kijken ze weer naar elkaar. Naar de weg.

De middelste pakt de schouders voor haar weer vast. Voorzichtig worden twee voeten op de bagagedrager gezet. De jongste fietst naar voren.

We zijn rechtsaf gegaan. Nu zijn ze zo.

Femke van der Laan (40) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden