Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

Op de hielen gezeten door twee sprintende agenten

PlusJessica Kuitenbrouwer

‘Moet je zien!” ketst van een balkon verderop in de flat.

Sirenes klinken. Een vloot politieauto’s dromt samen voor een rijtje winkels. Tussen de auto’s door glipt een lange verschijning, die het op een lopen zet. In onze richting sprint een jonge man. Zijn kleren zijn gehavend, zijn schoenen afgetrapt. Hij is mager en pijlsnel. De capuchon aan zijn trui vliegt van links naar rechts en zijn rugzak danst op zijn rug. Ik hoor de inhoud rinkelen. Hij ­slalomt om bomen en werpt zich voor een taxi, die toeterend een noodstop maakt. Een man op de stoep probeert hem tegen te houden, maar valt voor een schijn­beweging.

“Dat geloof je toch niet…” zucht een buurman.

Meer sirenes, meer politieauto’s, twee motoren, drie scooters, twee mountain­bikes. In alle windrichtingen breken teams uit, de stegen in, om te proberen de ­winkeldief de pas af te snijden. Jongens in groene bedrijfspolo’s joggen mee.

Ondertussen wordt de dief op de hielen gezeten door twee sprintende agenten.

De ene is lang en dun en springt met grote kracht van been naar been als een hongerig roofdier. Hij is een fractie minder snel dan zijn prooi, maar hij laat het niet afweten. Zijn armen hakken de lucht naast hem haastig in tweeën.

De andere agent is wat kleiner, vier­kanter gebouwd. Zijn benen zijn minder lang en zijn torso is lang niet zo aerodynamisch als dat van zijn collega. Hij doet een dappere poging zijn partner en de dief bij te houden, maar nog voordat ze het plein opdraaien, ligt hij achterop. Zijn zware, leren laarzen beginnen over de stoep te slepen en ik hoor hem hijgen. De felle zon brandt op zijn donkere uniform en zweet parelt op zijn slapen.

“Agent! Agent! Niet opgeven!”

Een ongewassen student is opgesprongen uit zijn kring vrienden en haalt razendsnel zijn fiets van het slot. Met een aanloop springt hij op het zadel en zodra hij parallel aan de agent rijdt, springt hij eraf. Hij rent een stukje mee en helpt de agent het zadel in. Als een trotse vader die zijn kleuterzoon voor het eerst ziet wegfietsen, zwaait hij de agent uit. Met een brede grijns draait hij zich om. Zijn vrienden zijn in elkaar gedoken, bang dat de politie na het inrekenen van de dief terug zal komen om hun gebrek aan onderlinge afstand te beboeten. Maar niks daarvan: na een minuut doven de sirenes. De student krijgt niet alleen zijn fiets terug van de puffende agent, maar ook applaus en zelfs een waardebon.

“Da’s toch prachtig?” zucht de buurman.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden