Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Op de Dam wacht ik tot ik de automobilisten zie die ik een uur eerder bij de Munt in hun auto heb zien huilen

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Wat ik graag mag doen: vanaf het Waterlooplein over de Blauwbrug lopen, rechtsaf slaan, mijn visstoeltje uitklappen en naar automobilisten kijken die erachter komen dat ze in de rij staan voor een parkeergarage waar ze helemaal niet in willen.

Op een of andere manier komen daar twee werelden waar ik graag naar kijk bij elkaar. In de Bijenkorf staat een vrouw van 74, die 10 uur ’s ochtends haar auto in de parkeergarage heeft gezet om een nieuwe lipstick te proberen die een hele nieuwe mondbeleving creëert, alles natuurlijk door de zuurstofbacterie die diep in de lip een conceptuele kleurverandering teweegbrengt. Enkele kilometers verderop vraagt een woedende Fries zich af hoelang hij nog naast een verloederd hotel moet staan.

Het allerliefst zit ik tijdens de zomer tegenover De Kleine Komedie op mijn visstoeltje naast de Bijenkorffile. De autoraampjes staan open en ik schreeuw allerlei leuke weetjes over dat theater. Een vader een een moeder met drie gillende kinderen achterin moeten luisteren naar mijn verhaal over Youp van ’t Hek. ‘Wist u dat Youp hier een eigen toilet heeft!’

Ik herken de mannen die doen alsof ze geïnteresseerd naar de voordeur van een Italiaans restaurant kijken, en ondertussen hun lul in een gezinsfles cola proberen te proppen om de automatten niet nat te pissen.

Wat het extra treurig maakt, is dat de file precies langs de lelijkste winkels van Amsterdam staat. Van de Blauwbrug tot aan het Centraal Station moeten automobilisten, of ze nu willen of niet, minutenlang kijken naar een fout pannenkoekenhuis (‘Nu Pannenkoek Hutspot met worst!’) en, als ze weer een paar meter vooruitrijden, naar een souvenirwinkel vol geinige aanstekers en T-shirts of een grauw restaurantje waar alleen Chileense toeristen met het verkeerde pilletje in hun mik naar binnen wandelen.

Aan het eind van de middag loop ik naar boekhandel Scheltema, vlak bij de Dam, en ik wacht tot ik de mensen voorbij zie komen die ik een uur eerder vlak bij de Munt in hun auto heb zien huilen. Ik leg ze ongevraagd uit waar ze op wachten. ‘Ik heb even gekeken in de Bijenkorf en de mensen lijken geen haast te maken. Ze halen eruit wat eruit te halen valt. Ze stonden ook in deze file. Ze zien het als smartentijd. Ik zag een vrouw bijna een kwartier lang aan een jasje voelen. Erg hè!’

De filerijders kijken over mijn schouder en denken: ‘Een boek. Met een boek op de bank. Schoenen uit.’ Toet toet. Auto achter ze. Ze mogen weer een metertje.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden