Plus Column

Op de bres voor de dolfijn

Thomas Acda Beeld Wolff

In de miezer van afgelopen woensdagmiddag liep ik door een deel van de stad waar ik niet vaak kom. De regen paste bij mijn gemoed, zwaar van vooral zelf veroorzaakte problemen die elk moment de diagnose zelfoverschatting konden verwachten.

Vlak voor brug naar de artistieke enclave rond de Middenweg, die op de resten van stadion De Meer woont, is een nieuwe wijk. Al lang, maar als je er niet zo vaak komt, zie je dat het voormalig zeer afgelegen dierenasiel de afgelopen jaren omsloten is door een modelwijk.

Alsof een nieuw pand een buurtborrel gaf en zei: Dan wil ik dat Blokker komt, die van Hema, BCC, Etos, vergeet ik iemand? Ja, De Tuinen, maar die heet nu anders, want ze is getrouwd met een Engelsman. Nodig maar uit.

In de buurt moeten erg lieve kinderen wonen. Mijn oog viel op een verregend A4'tje, opgeplakt op een elektriciteitskastje. Een vage foto van een dolfijn met daaronder in duidelijk zorgvuldig geschreven letters: 'Red de rivierdolfijn'.

Geen rivier te bekennen daar, dus dat was al de eerste les. Deze kinderen keken al zo ver als het Amazonegebied.

Gestraft voor mijn eeuwige navelstaren slenterde ik verder. Ik zag nog eenzelfde affiche op het raam van de Albert Heijn. Albert, die zichzelf altijd uitnodigt en daarna zo luidruchtig met verhalen en gebbetjes strooit dat de kleinere gast vaak bedremmeld stilletjes zijn jas pakt en vertrekt.

De kleine actievoerders hadden echter wel van hem hun affiche droog binnen op het raam mogen hangen. Nu was de deplorabele staat van de rivierdolfijn nog duidelijker. Ook omdat de printer duidelijk door een paar kleuren heen was.

Wat zijn dat voor kinderen dat ze zich druk maken om het lot van een beest dat ze misschien nooit zullen zien? Moeten de volwassenen de zwartepietendiscussie zeker helemaal alleen voeren? ( Een grapje! Kom van die kast af!)

Bij het popart reuzenijsje voor Kwekkeboom zag ik ze. Meisjes, een blond en een Aziatisch. Zeven jaar, acht hoogstens. Ze stonden druk in overleg of ze een A4'tje op het ijsje zouden plakken. Móchten plakken.

Alle problemen die ik aan het wegwandelen was, werden met een magische zwiep in een denkbeeldige kast gegooid. Mijn koptelefoon draaide bijpassende filmmuziek. De stad leek te stoppen, hier werd een beslissing over onze toekomst genomen, voelde je.

De opvoeding zei nee, maar ineens knikten de meisjes toch en werden plakband en een nieuw pamflet uit een rugzakje gediept. De actie was belangrijker dan kunst, ijs of fatsoen. Vanachter het raam keek een Kwekkeboomse glimlachend toe.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden