Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Op de begraafplaats waande ik me een dichter

PlusTheodor Holman

1.
Dag Jan. Helaas, ik was er niet. Mijn spijt
Is groot. Ik was niet thuis. Ik was gevlucht.
Ik weet het, Jan, je bent nu ‘uit de tijd’.
En achteraf was alles maar een zucht.

Maar in die zucht hebben we veel gelachen!
En zeker ook gedronken. En gepraat.
Je was zo wijs over die ‘einduitslag’.
En hoe rechtvaardig was je milde haat.

Die laatste maanden was er schaars contact.
Ons zaten te veel ziektes in de weg.
Steeds meer werd er iets van je afgepakt.
“Geluk,” zei jij, “besef je door je pech.”

Je keek terug op een landschap van geluk.
Breng nu die God van je maar van Zijn stuk.

2.
Op de begraafplaats liep ik in de zon.
Het was er stil. Ik waande me een dichter.
Soms maken rijm en ritme dood wat lichter.
Dacht aan het eind, en hoe alles begon.

Gedachten waar geen mens ooit wat aan heeft.
Wat zinloos was, vertelde ik de doden.
Opeens dat dom besef: “Maar joh, je leeft!
En goedbeschouwd is er nog niets verboden.

Corona moet je slechts op afstand houden.
Zijn dodelijke druppels zijn de tranen
Die hij vergiet, vooral bij zieken, ouden,
Omdat hij door geen hart zich mens kan wanen.”

En daarna liep ik in mijn snelste draf
Weg van een leeg en koud en wenkend graf.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden