Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Oorverdovend lawaai aan de Oosterringdijk

PlusMaarten Moll

“Heb je honger,” vroeg de man.

Ik keek op. Ik had hem niet horen aankomen.

“Er ligt een schaar hier in de prullenbak,” zei ik, en ik wees nogal overbodig naar de groene bak waar ik net een warm poepzakje in had gedeponeerd.

“Die zou ik dan maar niet opeten.”

De man was heel tevreden met zijn grapje gezien de grijns op zijn gezicht.

“Wie gooit er nu een schaar in de prullenbak? En volgens mij is het een nieuwe, de verpakking ligt er ook bij.”

De man was stil blijven staan. Opvanghond Bep snuffelde aan zijn broekspijpen.

“Zit er bloed aan de schaar?”

Ik keek nog eens.

“Nee,” zei ik, “geen bloed.”

“Dan weet ik het ook niet,” zei de man, en hij liep door.

“Verderop staan twee laarsjes in het gras,” riep ik hem na, al wist ik niet precies waarom. “Met de neuzen naar het water. Ze staan er al een paar dagen.”

De man gaf geen sjoege.

’s Avonds zag ik hem weer. Het was opnieuw een oorverdovend lawaai aan de Oosterringdijk. De man keek naar het water. Ik ging naast hem staan.

“Paringstijd,” zei hij. “Hoor die kikkers eens tekeergaan. Prachtig. Ik kan dit uren aanhoren.”

We luisterden een tijdje. Als we goede vrienden waren geweest zouden we na verloop van tijd samen in het water hebben gepist.

“Ik neem het ook op,” zei de man. Hij liet zijn telefoon zien. “Ik heb al een uurtje of twintig.”

Bep wilde verder.

“Wat doe je daar dan mee?” vroeg ik.

“Ik luister naar de kikkers als ik ga slapen,” zei de man, “dat is heel rustgevend.”

Dit gingen ze thuis niet geloven.

“Er zijn toch juist mensen die daar helemaal niet van kunnen slapen?” zei ik. “Hier schreeuwt er ook toch weleens een vrouw uit het raam naar die kikkers dat ze op moeten houden met dat gebrul?”

“Sssst,” siste de man. Hij tikte op zijn telefoon en hield het ding richting het water.

Na een tijdje stopte hij het opnemen. Hij was zichtbaar opgewonden.

“Dit mannetje had ik nog niet,” zei hij. “Hij wilde zich niet laten vangen, maar nu heb ik hem toch!”

Hij kuste zijn telefoon.

Nu vond ik het ook de hoogste tijd om weer verder te lopen.

Voor de kikkerman zou gaan zeggen dat hij gehoord had van mensen die volkomen krankzinnig waren geworden van het gebrul. Voor ik zou gaan denken aan de schaar en de laarsjes aan het water. Voor ik verbanden zou gaan leggen.

Weg van de kikkers. Meteen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden