Art Rooijakkers met de tweeling Puk en Keesje. Beeld Artur Krynicki.

Ook robots moeten worden opgevoed

Plus Art Rooijakkers

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven er straks uit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: nemen robots de wereld over?

Een half jaar voor zijn dood waarschuwde wetenschappelijke ­superheld Stephen Hawking dat robots de mensheid zullen vervangen. Hemel­bestormer Elon Musk, de man achter Tesla, vreest voor een robot-dictator die ons stervelingen voor eeuwig zal onderdrukken. 

Het zijn niet de eerste de beste koekenbakkers. Het is een doembeeld voor ­deze zorgelijke vader; horen mijn dochters bij de laatste generatie vrije mensen, omdat robots de wereld gaan overnemen?

Misschien ooit, zegt Eric Postma, hoogleraar kunstmatige intelligentie aan de Tilburg University, maar dan wel pas in de verre toekomst. Eigenlijk vindt hij de uitspraken van de heren ‘onzin’, gebaseerd op een misverstand. Het klopt dat robots, of de achterliggende kunst­matige intelligentie (ook wel artificial intelligence – A.I. – genoemd), soms beter zijn dan mensen in een specifieke taak. 

Zo kan A.I. huidkanker al beter herkennen dan een arts. Robots steken ons echter nog lang niet naar de kroon als het gaat om algemene intelligentie, aldus Postma. “We zien grote stappen voorwaarts in tekst-, beeld- en spraakherkenning, maar die vooruitgang wordt overtrokken. Wij onderschatten wat het betekent om mens te zijn.”

Peter-Paul Verbeek, hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek aan de Universiteit Twente, noemt A.I. de meest gevreesde en bejubelde technologie van dit moment. Hij denkt dat het in theorie mogelijk is dat een dergelijke intelligentie besluit de mens niet meer nodig te hebben. “In de praktijk zie ik het die kant niet opgaan. Dat gebeurt alleen als we deze nieuwe technologie niet opvoeden, niet invoegen in onze maatschappij. Dan krijg je een soort ­monster van Frankenstein.”

In het tweehonderd jaar oude verhaal van Mary Shelley schrikt uitvinder Frankenstein zo van zijn eigen creatie dat hij die aan zijn lot overlaat. Het monster voelt zich zo eenzaam dat hij gaat moorden. Frankenstein wil dus eerst iets tot ­leven wekken, maar voedt het vervolgens niet op. “Hetzelfde geldt voor robots en A.I.. Als we willen voorkomen dat ze ontsporen, moeten we ze niet vrezen, maar nadenken over hoe we ze een goede plek geven in de maatschappij.”

Daarom heeft Verbeek net een hele nacht doorgehaald om in opdracht van de Kamercommissie voor Economische Zaken en ­Klimaat een document over dit onderwerp af te ronden. Wat extra kennis voor de Kamerleden, het doet Erik Postma goed. Hij stoort zich aan de onwetendheid bij bestuurders, politici en media. 

“Over A.I. en robots wordt gepraat in Hollywoodtermen. Hyperige fantasieverhalen waar we niks aan hebben. Beleidsmakers moeten worden getraind en geïnformeerd, zodat ze beter kunnen nadenken over hoe onze maatschappij er in de toekomst moet uitzien.”

Want mijn dochters gaan, volgens beide ­wetenschappers, weliswaar niet onder het juk van robots leven, hun wereld zal er door A.I. wel stukken anders zien dan nu. Postma geeft een praktisch voorbeeld: “Ken je die bewegende schilderijen uit de ­Harry Potterfilms? Dat kan straks thuis ook. Je favoriete filmkarakter heet je welkom en maakt een praatje met je, maar weet ook wanneer je niet gestoord wilt worden. Leuk, maar echt iets anders dan robots die de mensheid uitroeien.”

Klopt. Tenzij de favoriete filmheld van mijn dochters Rambo wordt, natuurlijk.

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten (Condor) van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden