Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

Ook in de sportschool verschuift onze hygiënecultuur

PlusJessica Kuitenbrouwer

Voor de derde keer in één week bots ik in de sportschool bijna tegen de schoonmaakster op. Ik verontschuldig me en stap opzij. Zij registreert me amper. Gewapend met een giftigruikende spuitbus gaat ze voor de tigste keer de trapleuning te lijf. Razendsnel spuit ze de leuning in en boent ze met gebalde biceps al het vuil, alle bacteriën en vooral alle aerosolen van het hoogglans gelakte hout.

Voor maart zag ik zelden een schoon­maker in de sportschool, of überhaupt in een publieke ruimte. Ze waren er natuurlijk wel, en in hotels of bij openbare wc’s in de buurt kwam je ze dan ook weleens tegen (of heel soms in grote kantoorpanden). Maar over het algemeen werden ze door opdrachtgevers verzocht zo veel mogelijk in de schaduw te opereren en ging iedereen er eigenlijk blind van uit dat de ruimtes waar we onze buitenshuise tijd doorbrachten, gewoon schoon waren. Dat er ’s ochtends vroeg, ’s avonds laat of zelfs ’s nachts iemand met een karretje vol chemicaliën en een blauw schortje voor wel wat aandacht had besteed aan onze werk- en recreatieomgeving.

Buiten was dat natuurlijk anders – vielen er wat blaadjes sla van je on-the-gobroodje, dan haalde je het niet in je hoofd om die op te rapen en vrolijk in je mond te steken. Op straat herinnerden vuilnismannen en de plantsoenendienst je continu aan de gebrekkige hygiëne van de openlucht.

Maar binnen – daar golden dingen als de vijfseconderegel en hoefden we niet precies te weten of het een uitzendkracht van een groot bureau of een kaboutertje met een rode puntmuts was geweest die dergelijke gebruiken voor ons veiligstelde. Binnen waren we buutvrij en kozen we voor ambiance boven hygiëne. Voor verhullend sfeerlicht in plaats van klinisch tl en voor geruisloze kabouterschoonmakers in plaats van duidelijk zichtbare bacillen-bestrijders.

Maar nu is gebleken dat de kans op een coronabesmetting veel groter is in het veilige binnen dan in de buitenlucht, is onze hygiënecultuur aan het verschuiven en tonen sportscholen, winkels en restaurants opeens vol trots hun nieuwe schoonmaakprotocollen en -medewerkers. Spuitbussen met spiritusmixen, handpompjes en grote flessen zeep staan op display naast geplastificeerde menukaarten en kassa’s waar je contactloos kan betalen. En zij die tot voor kort nog eufemistisch ‘interieur-verzorgers’ werden genoemd, hoeven zich gelukkig niet meer uit de voeten te maken als er klanten binnenkomen, maar worden juist naar voren geschoven als een essentieel onderdeel van de bedrijvigheid in ons nieuwe normaal: een welkom boegbeeld van geruststelling, een integere scheidsrechter tussen mens en virus.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden