null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ook deze rebel was vol goede moed begonnen. FUCK DE AVOND

PlusMaarten Moll

Verzet kent vele gradaties.

Ik kwam met de hond langs het verlaten bankje waar ’s avonds de jongelui zaten. Muziekje, drankje, jointje. Altijd vriendelijk. “Leuke hond, meneer.”

Er stond een tekst op het bankje geschreven. Met viltstift, in kapitalen.

Maar hij of zij was niet helemaal uitgekomen met de letters. Dat zie je ook op spandoeken en protestborden. Groot beginnen en dan de ruimte verkeerd hebben ingeschat, en met kleine, steeds kleinere en nog kleinere lettertjes eindigen, zodat de boodschap bijna niet meer te lezen is.

Ook deze rebel was vol goede moed begonnen. Ongeveer halverwege de buitenste van de drie zitplanken van het bankje. Maar zonder concessie te doen aan de grootte van de letters.

FUCK DE AVOND

Daar hield het op.

Fuck de avond.

Ook een statement.

Of poëzie. Magere poëzie, dan. Al zou ik het bij nader inzien helemaal geen poëzie noemen.

Gelukkig was er meer. Boven het woord AVOND, op de middelste plank, stond nog een woord.

KLOK!

Duidelijk.

KLOK!

FUCK DE AVOND

Of…

Zo kon je het natuurlijk ook lezen, van boven naar beneden.

Was Klok een personage?

Hé, Klok! Fuck de avond, gast!

Dan was het wel weer intrigerend. Wie zou die Klok dan wel niet zijn? En waarom zou hij of zij de avond moeten fucken? En van wie?

De mysterieuze Klok.

Maar in de buurt had ik verder geen graffiti over Klok gezien, in de trant van ‘Klaas komt’ (jaren zeventig) of zo.

‘Klok gaat het doen’.

‘Klok is boos.’

Ik draafde door. Klok bestond niet. Hier had iemand gewoon even zijn of haar grieven duidelijk gemaakt.

Beheerst. Er was geen sprake van haastwerk. Of van het koelen van woede. Te duidelijke, nette letters. Geheid dat diegene na negenen toch niet de straat op zou gaan.

Ik deed ook aan klein verzet. Ik liet de hond loslopen.

Het was heerlijk rustig op de dijk, zo tegen half elf in de avond.

En toen zag ik de tram voorbijrijden. Lijn 19.

Leeg.

Een lege tram die richting Centrum reed.

Op dat moment kreeg ik het ook even te kwaad. Ik snakte naar een overvolle tram, overdag, met de verwarming veel te hoog, natte jassen, te harde telefoongesprekken van degene voor je. Schreeuwende gekkies. Chagrijnige bestuurders, moeten staan omdat er geen plek is, indringend naar jongeren staren die niet opstaan voor de ouderen (van mijn moeder geleerd). Het schokkende remmen.

Of gewoon de laatste tram terug. Na die film, dat concert, het café.

Hoofd tegen het raam. Onbekommerd de nacht in staren.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden