Ashgan El-Hamus.Beeld Sjoukje Bierma

Ook dat is liefde: iemand soms thuislaten

PlusAshgan El-Hamus

De schrijvers hebben hun huizen terug. Huizen waar het permanent naar worteltaart ruikt, niemand op jou let en jij op iedereen. Huizen van geroezemoes en duizend goede manieren om afgeleid te raken. Het meest miste ik het jatten van dialogen. Als je een hele dag blijft zitten is de kans groot dat je een parel opduikelt.

Ze praten met veel lucht, zoals alleen vrouwen vanaf een bepaalde leeftijd dat kunnen. Ze hebben lichtgevend engelenhaar waar je doorheen kan kijken en praten over hun mannen die ze vandaag voor het eerst in lange tijd thuis lieten. Want ook dat is liefde: iemand soms thuislaten.

“Ik heb maar gezorgd dat zijn eten klaarstaat. Bovenop de magnetron, dan weet ik zeker dat hij me niet gaat bellen. Ik word zenuwachtig van die mobiele telefoon.”

Hap worteltaart.

“Een magnetron heeft wel straling, hè?”

“Straling?”

“Ja, net als van de zon, maar dan nog slechter. ”

“Is de zon niet gezond? Het heet toch niet voor niets ‘gezond’? Ik doe altijd alles in de magnetron.”

“Ja, de zon staat ook altijd aan, maar dat iets aanstaat betekent nog niet dat het goed voor je is.”

Hap lucht.

“Hmm.”

“Ik kan me de laatste keer niet herinneren dat ik zonder hem naar buiten ben gegaan.”

“Dat is het rare, als je oud bent ben je altijd met z’n tweeën, totdat je voor altijd alleen bent.”

Hap. Slik.

“Denk jij daar soms aan?”

“Waaraan?”

“Dat alleen zijn?”

“Soms.”

Stilte. Hap lucht.

“Laatst wilde hij iets aan het dak repareren en toen kletterde hij zo van de trap.”

Hap taart.

“Toen bleef ’ie even heel stil liggen en ik deed niet meteen iets. Ik bedoel, je zou denken dat je er gelijk op af rent. Dat je hart uit je lijf zakt van schrik.”

Slik.

“Maar mijn hart bleef gewoon op z’n plek.”

“Rende je niet?”

“Uiteindelijk wel.”

“Waarom rende je dan toch?”

Hap taart. Hap lucht.

“Wie repareert anders het dak?”

De happen zijn op.

“Raar hè, dat je als je zestien bent denkt dat je nooit meer zonder iemand kan, en dat je als je zestig bent je twijfelt of je iemand niet gewoon moet laten liggen.”

Hap lucht.

“Maar dat is misschien ook wel wat het leven is. Je hart gaat steeds iets minder hard kloppen. Dingen maken je steeds iets minder uit. Tot je hart er helemaal mee stopt en je iemand gewoon laat liggen.”

Hap lucht.

“Wanneer vind jij hem nog wat?”

“Als ’ie enthousiast is over iets. Een voetbalwedstrijd ofzo. Dan kan ie z’n vuist weer ballen als een jongetje, knijpen zijn ogen weer samen als vroeger. En jij?”

“Als hij ’s ochtends voor het eerst zijn ogen opendoet. Dan is het net een mol, alsof het daglicht te fel staat.”

Ze schieten in de lach. Lachende engelen met doorzichtige haren. Wat zullen ze vol zitten.

“Ik bel hem even. Of hij z’n eten kan vinden.”

“Ik ook. Of het dak al gerepareerd is.”

Liefde is soms niets meer dan dit. Dat je weet dat er onder het genot van een worteltaart en grote happen lucht, over je gepraat wordt. Ze zouden eens moeten weten, de mol en de puber.

O, en de volgende keer dat je een verdwaalde schrijver mee ziet typen met andermans gesprekken, vergeef hem. We hebben onze huizen terug.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden