Plus Column

Ook bij daglicht was de openbare weg in Amsterdam een jungle

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Omdat mijn vriendin Marieke en ik elkaar al sinds het buitenzwembadseizoen niet hadden gezien, en ik intussen dertig jaar oud was geworden, en zij zeventig, gingen we uit eten. Maar enkele uren voordat het zover was, kreeg ik ineens een appje. Of ik niet liever met de tram wilde, het zou gaan regenen. Maar Buienradar voorspelde helemaal geen regen.

Koud was het wel en dus fietste ik met een ­capuchon op naar Marieke. Die stond in haar deuropening te wachten, twee ov-chipkaarten in de hand. "Trammen?" zei ze, terwijl ze me hoopvol aankeek. Ik knikte, geen probleem. Ik draaide mijn fiets op slot en stak, samen met Marieke, de weg over.

Terwijl het verkeer voorbijraasde, begonnen Marieke en ik bij de winderige halte bij te praten. Over hoe fijn de zomer was geweest, hoe het met familie en kleinkinderen ging en hoe mooi die tentoonstelling was die ik had gemist. We waren al aan het onderwerp kerstvakantie toegekomen, toen ik op mijn horloge keek. Twintig minuten waren voorbijgegaan en nog steeds geen tram.

"Waarom wilde je eigenlijk niet met de fiets?" vroeg ik. Daar bleek ze een aantal redenen voor te hebben. De kou, natuurlijk. En fietsen kan door de drukte tijdens de spits niet naast elkaar, de tram is wat dat betreft een stuk gezelliger. Bovendien: ze hóúdt van trams.

Maar het antwoord dat de meeste indruk op mij maakte, na haar pleidooi voor de tram, was dat ze het eng vond. Zij op de fiets, tussen die drommen fietsers en brommers die haar links en rechts inhaalden, afsneden en afsnauwden omdat ze niet snel genoeg was. Nu ze ouder was, kon Marieke er niet meer tegen.

Overdag stapte ze nog weleens op haar fiets, korte ritjes, naar de boekhandel bijvoorbeeld, maar ook dat deed ze steeds minder. Ook in het daglicht was de openbare weg een jungle. Toen we eindelijk een warme tram instapten, ging Marieke op een halve plek naast een oudere dame zitten. Die prefereerde niet alleen de tram boven de fiets, zei ze, maar ze had er ook een heuse studie had gemaakt.

Ze vertelde over omleidingen, trams die waren verdwenen (lijn 25) en trams die dreigden te verdwijnen (lijn 16). We konden geen kant op. In de volgende tram, na de overstap, stonden we weer schouder aan schouder met de rest van de stad.

In het raam zag ik Marieke staan. "Wilt u zitten?" klonk het ineens. Een jongen keek vriendelijk omhoog. De tram schokte en schommelde. Marieke klampte zich vast aan een stang. "Nee, dank je," zei ze. "Zeker weten?" zei de jongeman. Ze knikte. Fietsen was één ding, maar staan ging prima.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden