Column

Ooit zal er een tijd ­komen dat hij zijn verjaardag niet wil vieren

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Mijn zoon ligt met zijn hoofd op mijn kussen. De krullen nog nat van het douchen en in zijn mondhoeken wonen tandpastaresten. Dit is mijn favoriete moment van de dag.

Ja, ik ben het gelukkigst als ik hem op bed breng. Als ik de gordijnen dicht mag doen en de wereld buiten mag sluiten. Hij en ik, wat kussens en een ­dekentje. Meer is er niet. Het heelal op zijn allerkleinst. Als we alleen zijn, is er veiligheid.

"Ik heb zin in morgen," zegt hij. Morgen mag hij de uitnodigingen voor zijn verjaardagsfeestje uit gaan ­delen in de klas. Dit is de derde keer dit jaar dat hij mag vieren dat hij vijf is geworden.

Ooit zal er een tijd ­komen dat hij zijn verjaardag niet wil vieren. Zelf heb ik er al sinds mijn 18de geen zin meer in. Op een ­bepaald moment merk je gewoon dat jarig zijn helemaal niet zo leuk is.

Dan zie je dat het pakpapier vaak mooier is dan de cadeaus die je krijgt. Je merkt dat niemand je echt kent en dat ze meer van feestjes dan van jou houden. Je blaast de kaarsjes uit en doet een wens, iemand maakt een foto en zet deze op het internet.

Een dag later kijk je naar de foto. Je kijkt naar je gezicht. Het is het gezicht van iemand die een wens doet, maar niet in wensen gelooft.

En daarom mag onze zoon dit jaar drie keer zijn 5de verjaardag vieren. We willen dat hij zo vaak mogelijk zijn verjaardag viert in die paar jaren waarin hij nog ­jarig wil zijn.

"Als je nu gaat slapen, is het sneller morgen," zeg ik.

"Maar draait de wereld dan sneller als we slapen?"

Mijn zoon verdient een correct en wetenschappelijk verantwoord antwoord, maar ik ben al sinds vijf uur wakker en te moe voor de waarheid. De waarheid kost kracht en tijd, een leugen kost niets.

"Ja, dus doe je ogen maar dicht. Morgen zit al in de bus."

Hij kijkt me aan zoals niemand anders op deze aardbol me aan kan kijken. Hij gelooft me. Alles wat ik zeg, is alles wat hij wil horen. Mijn woorden lijken op maat te zijn gemaakt voor zijn oren.

Hij trekt de deken over zijn knuffelvogel heen en zegt welterusten. Eerst tegen de vogel en dan tegen mij. Ik zeg: ik hou van je. Eerst tegen hem, dan tegen de vogel.

Misschien zeg ik het te vaak. Ik hou van je. Ik ben trots op je. Ik hou van je. Ik ben trots op je. En ik hou van je. Het is mijn Schijf van Vijf. Zo ben ik ook opgevoed. Van de lieve woorden die mijn ouders elke dag tegen mij zeiden, kon ik een harnas maken.

Ik geloof dan ook niet dat je het te vaak kunt zeggen. Of dat uitingen van genegenheid überhaupt aan betekenis kunnen verliezen. Als mijn vader en ik afscheid van elkaar nemen, zeggen we altijd dat we van elkaar houden.

Ik weet dat hij het meent. Om eerlijk te zijn, denk ik juist dat de woorden na elke keer dat hij ze zegt alleen nog maar meer betekenis hebben gekregen.

Mijn zoon snurkt zijn dromen wakker. Hij ligt met zijn hoofd op mijn kussen. Als ik mijn ogen sluit, kunnen we gaan tandemdromen, maar ik wil nog niet slapen. Nee, ik wil niet dat de wereld sneller gaat draaien.

Vandaag mag best nog even blijven.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden