Plus Column

Ooit was het 2012 en liep je de marathon

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

Je opent een onaangename e-mail en in plaats van allemaal dingen stuk te gooien en hard te gaan schreeuwen, besluit je je renschoenen af te stoffen en een stukje te gaan rennen. Het is alweer een tijdje geleden en je voelt het meteen in je knieën.

Het begin is altijd kut, weet je nu weer, en wat een begin it is. Het gaat waarschijnlijk ook nog regenen, maar dat neem je voor lief, je ziet het als een mogelijke extra mogelijkheid om te wentelen in zelfmedelijden. Je groet passerende tegenliggers met een lelijk gezicht, vertrokken van ingebeelde pijn en inspanning.

Ooit was het 2012 en liep je de marathon. Maar dat weten de tegenliggers allemaal niet. Die komen net kijken, dat zie je meteen aan de schoenen die ze dragen en hun manier van lopen en vooral aan de onbevangenheid die ze uitstralen en het gebrek aan in hun gezicht af te lezen pijn en inspanning.

Ze ­waren er niet bij, 2012. Toen je ver van tevoren bij het Olympisch Stadion je nummer had opgehaald en tussen duizenden anderen zenuwachtig stond te rekken en strekken om tijd te doden, twijfelend of dat laatste hapje banaan wel een goed idee was geweest.

Wekenlang gepiekerd over het juiste ontbijt en zelfs avondeten de avond van tevoren, omdat je niet ergens mid-run leeg wilde lopen.

Het startsein ging en je ging over de startlijn en de paniek sloeg je om het hart: waar was je in hemelsnaam aan begonnen. Maandenlang had je niet gedronken en plichtmatig elke week drie keer gerend. Je was er zelfs voor gestopt met roken. Je zou nu een moord doen voor een sigaretje. Maar je zette door.

Er waren bejaarden die ook meerenden. Je zag een Koreaan met de Koreaanse vlag in zijn uitgestrekte arm je achterstevoren voorbijrennen.

Je passeerde een tweetal dames die nog voor de eerste tien kilometer ongegeneerd hun renbroek tussen twee auto's lieten zakken en de boel lieten lopen en je was blij dat je het goed uitgedacht had allemaal met je ontbijt en je avondeten.

Je rende over een heel lange saaie weg bij de Arena en daarna een eindeloos stuk naar Ouderkerk aan de Amstel over een weg die eigenlijk geen weg was maar een eindeloze bocht waar je almaar het einde niet van kon zien en toen je eindelijk in de Ouderkerk aan die Amstel aangekomen was moest je meteen weer keren om via de andere kant weer terug te rennen.

Je rende achter een brede dikke man die zijn shirt had uitgetrokken met een intens behaarde rug waar je misselijk van werd, maar je kon hem gewoon niet passeren omdat de kilometers je benen te pakken hadden genomen.

De laatste tien kilometer rende je eindelijk door de stad en je moest alles uit de menselijke handdoek die je was wringen, maar toen was daar weer het stadion en schoof je net zoals je begonnen was ook over de finish. Ineens sta je weer voor je voordeur. Beetje net niks eigenlijk, denk je bij jezelf. Misschien is het wel tijd om weer een marathon te gaan rennen.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden