Beeld Artur Krynicki

Ooit kreeg ik een E voor sinterklaas. Er waren geen letters F meer

PlusFemke van der Laan

Ik rijd. In de auto. In de stad. De zon komt net boven de daken van de huizen langs de weg uit. Het heeft geregend, een uur geleden, en de lucht is zo helder dat ik mijn ogen moet samenknijpen tegen het felle licht. Het asfalt glinstert en ik zie maar net de remlichten van de pick-up voor me. Hij stopt. We zijn nog niet bij het verkeerslicht.

Er springt een man uit het busje. Hij is in het oranje. Met grote passen loopt hij naar een paal met een geel bord. Er staat een R op, in een pijl die naar links wijst. Als je naar R wilde, moest je naar links. Maar vanaf nu niet meer. De man is bezig de paal uit de grond te halen.

Ik probeer te bedenken wat R is. Welke straat. Welk plein. Hier links. Ik weet dat om de hoek de straat is van de man die beschreef hoe de wind waait op de halfronden. Maar dat is met een B. Daarachter ligt de straat van de wiskundige die rekende met toeval. Een P.

Ik weet van geen R.

De man tilt langzaam, behoedzaam bijna, de paal uit de grond. In de laadbak liggen meer letters. Ik zie een V. Nog een R. Een A. En een witte cirkel met een rode rand waar ‘na 200 meter’ onder staat. Ze worden teruggebracht straks. Naar een opslag, een magazijn, waar ze liggen te wachten op de volgende opbreking.

Ik vraag me af hoeveel er zijn van elke letter. Of het net is als met die van chocolade. Dat er meer gemaakt zijn van de een dan van de ander. Meer letters M en S dan letters C en I.

Even zie ik de borden met mijn letter voor me, in de opslag. De F. Ik stel me voor dat het er weinig zijn. Zo weinig dat er niet voor twee straten tegelijk omgeleid kan worden. Dan zijn de F’en op. De Fahrenheitstraat moet op zijn beurt wachten. Net als de Ferdinand Bol.

Ooit kreeg ik een E voor sinterklaas. Er waren geen letters F meer, maar hier kon ik best de onderste streep van afhalen. Ik was altijd zuinig op de chocoladeletter die ik kreeg. Ik sneed er stukjes af, met een aardappelschilmesje. Elke dag. Heel dun. Schilfers bijna. Met kerst kon je nog steeds zien dat het een F was.

De E die ik kreeg at ik in één keer op.

Ik schrik als de man de paal in de laadbak gooit. Hij steekt zijn hand naar me op. Ik knijp met mijn ogen en zie de remlichten doven.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden