Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Ooit komen die grote oren weer naar Amsterdam

Plus Theodor Holman

Nimmer denderde door de stad een dramatischer ‘godverdomme!!’ dan gisteravond. En nimmer was men zo met stomheid, domme irritante, meedogenloze stomheid geslagen. Onrechtvaardigheid werd diep gevoeld. Onbegrip werd diep gevoeld. Verdriet werd diep gevoeld.

Ajax verloor.

Wij verloren.

Hun verdriet.

Ons verdriet.

Door de tochtgaten van ons bestaan glinsterde even licht. Het was alsof we de deur die nog dicht was, bijna open hadden gekregen. Maar er werd geduwd, en hij werd in het slot gegooid.

Godverdomme! Helaas kan ik er niks aan doen dat ik maar één echte vloek ken, een vloek die het onheil moest bezweren, een vloek waarvan je weet dat hij niet helpt, die niets verandert, die misschien voor sommigen kwetsend is, maar ik ben ook gekwetst. Ik voel het.

Het ergst vind ik nog de onrechtvaardigheid. Sport moet rechtvaardig zijn. De sterkste moet winnen. Maar de sterkste won niet. Wie sterk was verloor. Dan zou je het kunnen verwerken als de aardigste won. Maar de aardigste verloor ook.

Tot slot zou je het kunnen accep­teren als de verliezende goal ergens in het midden was gevallen en men alles had gedaan om alsnog te winnen. Maar dat doelpunt, dat weerzinwekkende laatste doelpunt, dat onrechtvaar­dige, hate­lijke, afschuwelijke, monsterlijke doelpunt viel vrijwel in de laatste seconde.

Godverdomme!

Het klonk als een schip dat brak. De berichten in mijn tele­foon met dat woord brandden in mijn hand.

Wat is een café met honderd mannen en vrouwen die het huilen nader staat dan het ­lachen? Smaakt bier nog goed als het met tranen is aangelengd?

“Het is wreed,” hoorden we trainer Ten Hag zeggen.

En dat is het. Het is wreed.

Of je iemand ziet die een hond een schop geeft. Of je zelf een trap krijgt. Je kunt alleen maar tevergeefs je vloeken her­halen.

En toch…

Het was een mooie reis. We konden onderweg vele malen wat van geluk ophalen. We konden terwijl we de berg beklom­men de vermoeidheid met fris bier wegdrinken. We konden in polonaise naar huis marcheren. We konden steeds hoger nog zoeter vruchten plukken.

En nu is het voorbij.

Ons rest de spelers te danken. De club te danken. We zullen afscheid moeten ­nemen.

Ooit komen die grote oren weer naar Amsterdam.

Ooit zullen wij de laatsten zijn die lachen.

Ooit worden wij weer ‘lucky’.

Maar nu is er pijn! Zo’n pijn dat zelfs mijn kater huilt. 

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden