Lale Gül. Beeld Artur Krynicki
Lale Gül.Beeld Artur Krynicki

Onze verontwaardiging over bedreigde cartoonisten verslapt

PlusLale Gül

Lale Gül

Volgende week behandelt de rechtbank een zaak voor het met de dood bedreigen van cartoonist Ruben Oppenheimer, naar aanleiding van een cartoon uit 2019 waarin Oppenheimer de Turkse president Erdogan als hond van de Amerikaanse president Trump had afgebeeld. De verdachte in kwestie zei destijds via Twitter persoonlijk Oppenheimers keel door te willen snijden en dat Hitler gelijk had toen hij zei dat men later spijt zou hebben dat hij niet álle Joden had vermoord.

De rechtszaak is niet dag in dag uit in de media behandeld en heeft de talkshows niet gehaald, want ze is niet bepaald choquerend meer. Het is meer regel dan uitzondering dat cartoonisten te maken hebben met bedreigingen, met name als ze zich gebrand hebben aan het bespotten van het islamitische geloof of aan politieke leiders die als vertegenwoordigers daarvan gezien worden en daarom heilig zijn volgens bepaalde aanhangers. We raken er steeds meer aan gewend na Charlie Hebdo, de Franse leraar Samuel Paty, de Rotterdamse docent die vorig jaar moest onderduiken wegens een cartoon in de klas, de Deense cartoonist Kurt Westergaard die in zijn huis met een bijl werd aangevallen en bijvoorbeeld de Jordaanse politiek activist Nahed Hattar, die in 2016 onderweg naar de rechtbank werd doodgeschoten, waar een rechtszaak tegen hem diende voor het posten van een cartoon op Facebook.

Dat die bedreigingen er zijn, ook van piepjonge biculturele Nederlanders die al de kleinkinderen van de immigrantvoorouder zijn, en dat we daar aan wennen, is natuurlijk tragisch. Op het moment dat jongens en meisjes van soms nog geen 18, die vanuit huis meekrijgen dat alles waar zij in geloven niet mag worden bevraagd laat staan bespot, een tekening aangrijpen om te dreigen met geweld, dan hebben we als samenleving natuurlijk iets ontzettend verkeerd gedaan.

Nog vele malen erger is het dat schrijvers van opiniestukken, ook in deze krant, cartoonisten het verwijt hebben gemaakt onnodig te kwetsen, blasfemisch te zijn en ja zelfs islamofoob. Niet alleen merk ik in mijn omgeving dat men vaak zegt dat cartoons over de islam ‘onnodig provoceren’, ‘nutteloos zijn’ en ‘kwetsen om het kwetsen’; dit is inmiddels ook de gangbare overtuiging bij intellectuelen en ook collega-cartoonisten. Het was zelfs de mening van een van de gekozen vrijdenkers op het podium tijdens het Vrijdenkersfestival afgelopen 5 september, waar ik als spreker uitgenodigd was.

De hele essentie van een cartoon, de vinger op de zere plek leggen, het oneens met elkaar kunnen zijn zonder geweldsdreiging, vrijheid van expressie en satire: het wordt met zoveel onverschilligheid verkwanseld dat ik het cynisme en de frustratie van de cartoonisten die nog wel álles willen bespotten goed begrijp. Als men constateert dat iets niet bespot kan worden omdat je anders je leven niet zeker bent, dan is de vrijheid van meningsuiting serieus bedreigd en zou iedereen die daar nog voor staat zich dit persoonlijk moeten aantrekken. Niet alleen die paar cartoonisten.

Lale Gül schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? l.gul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden