Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Onze eerste begrafenis via de iPad

PlusTheodor Holman

We hadden onze eerste coronabegrafenis via de iPad. Ik droeg alleen een onderbroek en lag in bed, want het was voor mijn doen redelijk vroeg. Het was even of ik naar een Netflixserie keek.

Er werd gemeld dat ‘in het buitenland verkerende familieleden’ er helaas niet bij konden zijn en toen de eerste spreker naar voren werd geroepen, ging bij mij de bel. Een pakje voor de buren. Ondertussen blafte Koos tegen een hond die hem elke dag langs het raam uitdaagt.

De eerste toespraak was verder mooi en ontroerend, maar toch voelde ik me niet schuldig toen ik, tijdens de muziek, even ­koffie voor mezelf zette. Ik kon de begrafenis toch gewoon horen? Die muziek vond ik trouwens verschrikkelijk.

Zo’n coronabegrafenis via een livestream mist in feite alles waarvoor je naar een begrafenis gaat; je hoopt de familie en wederzijdse vrienden te troosten, en dat zulks wederzijds is. Dat kan dus niet. Verbondenheid druk je nu eenmaal het sterkst uit via lichamelijk contact.

Soms hebben begrafenissen bepaalde – misschien net verzonnen – rituelen: er moeten kindertekeningen op de kist worden geplakt of men gaat met een kaars in een kring staan. Zo’n ritueel moet de noodzaak en de onwil om de dood te accepteren met elkaar in verband brengen.

Die handelingen misten nu hun plechtige status en troostten niet. Het riep eerder de vraag op wat troost eigenlijk is.

Je wilt laten zien hoe dierbaar de overledene voor je was. Je toont je eigen verdriet omdat je daarmee juist niet alleen wilt zijn. Je huilt op een begrafenis vanwege het gemis van iemand van wie je hebt gehouden.

Huilen is zodoende een openbare liefdesverklaring. Daarom dient de hele stam erbij te zijn; je committeert je min of meer aan normen en waarden die je met de ontslapene deelde. Die waren onder meer de reden voor jullie band. De verhalen, dicht bij de kist verteld, brengen de ontzielde in herinnering, en roepen meestal op hem levend te houden. (‘We zullen je nooit vergeten.’)

Door de livestream verdampt het meeste, dus ook je tranen.

Toen er een nummer van Phil Collins werd gedraaid – ik zal onze gesprekken over zijn slechte muzieksmaak missen – trok ik toch maar even een broek aan.

Ik zou er niet tegen zijn over een jaar de dode op te graven en alles opnieuw te doen. Met andere muziek, graag.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden