Column

Onze agenda's worden gekaapt door de thermometer

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Een man trekt zijn shirt uit en duikt in de gracht. Hij blijft net iets te lang onder. Ik houd mijn hart vast. Twee kennissen deden ooit wat deze man zojuist deed. Verblind door de zon sprongen zij in dat wat hen had moeten verkoelen, maar uiteindelijk werden ze er bijna door koudgemaakt.

Als jonge goden doken ze het water in. Onverwoestbaar en bronstig. Verblind door de zon zagen ze de gevaren niet. Twee tieners. Verlamd tot aan de nek en verlamd tot aan de navel. Twee ex-hemellichamen voor altijd pootjebadend in de Hades.

De man klimt op een boot en vanaf deze boot springt hij op de kant. In zijn borsthaar, een borstelige klimop van mannelijkheid, glinsteren de druppels grachtenwater. Een vrouw fietst voorbij. Ze flirt volmondig met de grachtspringer. De man lacht een glimlach die vrouwenondergoed kan laten smelten.

In het park ruikt het naar zonnebrandolie, naar ongehoorzaamheid, naar plofkip op wegwerpbarbecues en naar overvolle prullenbakken. De jongens zijn aan het frisbeeën en de meisjes liggen in het gras met een boek van Emma Cline. De jongens dragen hun minst afstotelijke korte broeken en de meisjes dragen hun allermooiste jurkjes. Op een bankje zitten twee daklozen te genieten van hun dakloosheid. Ze hebben al zo veel halve liters op dat de rest van de wereld hen voor geen meter meer interesseert.

Op een picknickkleed ligt een pasgeborene naar de enige wolk in de lucht te kijken. Zijn of haar vader leest een boek met een zachte kaft. Op de cover staan woorden als 'zingeving' en 'verdieping'. De moeder appt naar een vriendin dat ze van harte welkom is op de picknick, maar dat ze wel een fles witte wijn moet ­meenemen.

De mensen fietsen door het park. De zonnestralen maken onrustig. We moeten iets leuks gaan doen. Dat moet. Als de zon schijnt, moeten we leuke dingen doen. Onze agenda's worden gekaapt door de thermometer. De zon is een sekteleider.

En ondertussen doen de muggen een middagslaapje, want ze hebben vandaag wederom nachtdienst. De alcohol in ons bloed heeft de muggen een kater gegeven. Een wesp kruipt in een blikje frisdrank. Even verderop landt haar beste vriendin op het softijsje van een nietsvermoedend kind.
Het is zomer in de stad. De seks hangt in de lucht als een paddenstoelwolk.

Eilandjes van zweet vormen zich op de ruggen van fietsers. Iedereen zoekt naar verkoeling. Je loopt naar de supermarkt om een pak waterijsjes te kopen, maar alle waterijsjes zijn op. Je loopt weer naar buiten. Je hebt sjans van een vrouw die in ­december niet naar je zou kijken. Haar sleutelbeenderen glimmen verschrikkelijk mooi. Het is zomer in de stad. Je spreekt haar aan. Het is zomer in de stad en dan is alles een sprong in het diepe.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden