'Ons wetsvoorstel lijdt aan zelfde kwalen als Trumps decreet'

De Eerste Kamer stemt vandaag over het wetsvoorstel om Nederlandse 'jihadisten' hun staatsburgerschap af te nemen. Volgens Ulli Jessurun d'Oliveira hangt hierover de geur van etnische discriminatie.

Demonstratie op het Malieveld in Den Haag tegen het door de president van de VS afgekondigde inreisverbod Beeld Marco de Swart/ANP

Met zijn decreet over de tijdelijke stopzetting voor drie maanden van toelating van gecertificeerde vluchtelingen en van burgers uit ­zeven 'moslimlanden', om intussen een stevig beleid te ontwikkelen voor het tegengaan van terrorisme, heeft president Donald Trump veel mensen en landen op de kast ­gejaagd. Terecht.

Niet alleen handelt hij daarmee daadkrachtig in strijd met de Amerikaanse wetgeving, maar hij schendt bovendien internationale mensenrechtelijke normen en schept een klimaat waarin hij krachten oproept die voedsel geven aan terrorisme.

Zijn decreet is dus misplaatst en waarschijnlijk contraproductief. Het selectief winkelen onder moslimstaten en het buiten schot laten van Saoedi-Arabië, dat allerlei vormen van­ ­terrorisme begunstigt, maakt de doelstelling van de maatregelen niet geloofwaardig. Veel onduidelijkheden blijven bestaan, en de ­inhoud van het decreet wisselt met de dag.

Duidelijke taal
Ook in Nederland is men tegen de maatregel te hoop gelopen. Demonstraties tot op het Malieveld toe, met deelname van flink wat politici, en een stevig debat in het parlement waarbij de regering werd opgeroepen duidelijke taal uit te slaan tegen bondgenoot Amerika.

Die duidelijke taal kwam. De maatregel zoals die op papier staat, is discriminerend, in strijd met onze waarden en niet effectief in de strijd tegen terreur, zo vat ik de positie van het kabinet samen, zoals die werd geventileerd door minister Bert Koenders en premier Mark Rutte.

Het is moeilijk het daarmee oneens te zijn. Koenders heeft er zelfs een praktisch gevolg uit getrokken en de onderhandelingen over een Amerikaanse douanepost op Schiphol bevroren.

Verschillend behandeld
Trump doet niet 'normaal', om het in verkiezingstermen te zeggen. Maar Nederland ook niet. De Nederlandse antiterrorismemaatregelen, voortspruitend uit het actieprogramma dat een paar jaar geleden is aangenomen, zijn ook niet allemaal boven kritiek verheven.

Ik noem hier een wetsontwerp waarover ­vandaag in de Eerste Kamer zal worden­ gestemd, en dat beoogt Nederlandse 'jihadisten' hun Nederlanderschap af te nemen onder twee voorwaarden: ze moeten zich buiten Nederland ophouden en nog een nationaliteit overhouden.

Dit wetsvoorstel ­discrimineert tussen Nederlanders met en Nederlanders zonder een tweede nationaliteit. Beiden zijn even sterk een gevaar voor de nationale veiligheid, maar ze worden verschillend behandeld.

Etnische discriminatie
Bovendien kleeft aan het wetsvoorstel een geur van ­etnische discriminatie, omdat het vooral Marokkaanse en Turkse ­Nederlanders zal treffen. Daarover heeft de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa zijn zorg uitgesproken.

Ulli Jessurun d'Oliveira: jurist en letterkundige Beeld -

Ook is het voorstel in strijd met internationaal recht. Elke staatsburger heeft het recht om zijn land te verlaten en daarheen terug te keren. Zo staat het in het door Nederland geratificeerde Vierde Protocol bij het Europees Mensenrechtenverdrag.

De staat die de nationaliteit van zijn burgers afneemt met het uitsluitende doel ze buiten de deur te houden en niet meer te hoeven toelaten schendt deze verdragsbepaling. Een fundamenteel recht van staatsburgers wordt zo met een slinkse beweging gefrustreerd. Dat ze nog een ander land hebben waar ze in mogen neemt de Nederlandse verplichting niet weg.

Sluipwegen
De regeling waarschijnlijk ook contraproductief: repatrianten die officieel niet meer naar Nederland mogen komen, zullen allicht sluipwegen bewandelen en verder onder de ­radar blijven.

Beter is het ze aan de grens op te wachten en in voorlopige hechtenis te nemen in afwachting van berechting. Maar dat is niet de opzet van het wetsvoorstel. Dat wil nu juist de strafrechter buiten beeld houden. Op aangeven van de inlichtingendiensten is het de ­minister die het Nederlanderschap ontneemt, en dat kan dan later door de bestuursrechter enigszins getoetst worden.

Alleen: de rechtsbescherming is dan wel uiterst gebrekkig. De ­betrokkene is afwezig, kent het besluit niet, en het bewijsmateriaal over zijn betrokkenheid bij terroristische organisaties, afkomstig van de inlichtingendiensten, is geheim. Om de schijn op te houden nog iets aan rechtsbescherming te doen heeft men bedacht dat het de minister is die tegen zijn eigen besluit in beroep gaat bij de bestuursrechter! Een malle figuur.

Kortom, als het de Nederlandse overheid ernst is met de verontwaardiging over de decreten van Trump, doet zij er goed aan dit wetsvoorstel in te trekken: het lijdt aan dezelfde kwalen als het decreet van Trump.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden