PlusMaarten Moll

Ons credo: Nooit een doos met boeken zomaar voorbijlopen

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Op Koningsdag stond ik op de Hogeweg samen met fietsenmaker Ric in een doos boeken te graaien, die naast een vuilcontainer stond.

Nooit een doos met boeken zomaar voorbijlopen, is ons credo.

Ric diepte een pocket van Marlene van Niekerk op, maar legde het boek weer terug wegens ‘te kleine lettertjes’. Ik hield een wel heel smoezelig exemplaar van De correcties voor hem op, maar Ric trok een vies gezicht. Hij houdt niet van Jonathan Franzen.

Ook een beduimelde pocket Fantastische vertellingen van Edgar Allan Poe liet ik liggen, hoewel ik zijn beroemde verhaal De moorden in de Rue Morgue nog nooit heb gelezen. Ik zag Ric een duim omhoogsteken, maar liet de al uit elkaar vallende pocket toch in de doos.

Ik vond een mooie uitgave van Snikken en Grimlachjes, academische poëzie van Piet Paaltjens uit 1953. Gekocht bij Broese in Utrecht. Er zijn boeken die langere reizen hebben gemaakt.

Zoals het mooi verzorgde, dunne boek met de titel En terwijl ik naar bed gaat denk ik aan de Zaagmolenstraat, dat ik in de doos vond. In het boek twee brieven die schilder Willem de Kooning in 1946 en 1948 aan zijn vader had gestuurd. (Vanuit Rotterdam, het is een uitgave van de Willem de Kooning Academy, in Amsterdam terechtgekomen.)

Meteen kreeg ik zin om naar het Stedelijk Museum te gaan om daar zijn beroemde schilderij Rosy-Fingered Dawn at Louse Point uit 1963 te gaan zien. (Zoals ik inmiddels De moorden in de Rue Morgue toch heb gelezen, nadat ik spijt had gekregen de pocket van Poe te hebben laten liggen en op boekwinkeltjes.nl een bundel met zijn verhalen heb aangeschaft.)

Gelukkig kun je het Stedelijk weer zomaar binnenwandelen als je daar zin in hebt, zonder vooraf een tijdslot te bepalen. Dus kort na Koningsdag, hup, naar beneden. Ik was alleen vergeten dat ze de collectie moderne kunst daar nu anders laten zien. Beneden hangt kunst tot 1950, op de bovenverdieping van de oudbouw de kunst van daarna.

Rosy-Fingered Dawn at Louse Point zag ik nergens hangen. Ook de Rothko niet, wel weer het imposant grote collagewerk De parkiet en de zeemeermin van Matisse, voor wie De Kooning grote achting had. En gelukkig vond ik Cathedra terug. Het grote doek had weer een wand gekregen die het met niemand hoefde te delen. Zonder afleiding word je nu weer het blauw ingezogen. Ik bleef er een tijdje naar zitten kijken.

Daarna zag ik een andere De Kooning: Montauk IV (1969). Ook prachtig. Ik dacht aan En terwijl ik naar bed gaat denk ik aan de Zaagmolenstraat. Willem was dol op zijn vader en de titel suggereert een zekere heimwee – Willem de Kooning vertrok in 1926 als verstekeling per vrachtschip naar de Verenigde Staten.

Hij zou zijn vader nooit weer terugzien.

De vader heeft de twee brieven die zijn zoon hem stuurde, altijd zorgvuldig bewaard. Zodat ik ze weer terugvond in een doos afgedankte boeken bij een vuilcontainer op Koningsdag.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden