Plus Column

Ongelofelijk Ajax, nu kan alles gebeuren

Beeld Linda Stulic

Dit is een gesprek dat ik de laatste tijd regelmatig voer. Iemand: "Hoe is het met jou?"

Ik: "Goed. Weet je waarom? Ajax. Kijk je nog wel eens naar Ajax?"

Iemand: "Jazeker."

Ik: "Ongelofelijk hè?"

Iemand: "Hoe bedoel je? In Europa draait het wel lekker, maar die 3-0 tegen PSV, ik weet het niet hoor."

En dan ben ik met stomheid geslagen. Ooit, in 1994 om precies te zijn, ben ik kletsnat geregend in het Olympisch Stadion toen Ajax met 2-0 van AC Milan won. Ik weet nog dat ik over mijn toeren thuiskwam en mijn oom opbelde: "Wat denk jij, zijn we ineens een topclub geworden?!"

Er zijn van die heerlijke momenten in het leven van een voetbalsupporter dat je weet: nú klopt het, nú kan alles gebeuren. Helemaal niet gezegd dát het gaat gebeuren, maar toch, het kan.

Twee jaar geleden, toen Ajax de finale van de Europa League haalde, had ik dat idee helemaal niet. Knap van de trainer dus, maar ook: heel veel geluk gehad. Met hangen en wurgen door tegen Olympique Lyon en Schalke '04. En daarna: simpel afgedroogd door Manchester United.

Nu heeft Ajax het beste team én de beste trainer sinds 1996. Oké, in het seizoen 2009/2010 speelde Jan Vertonghen, Toby Alderweireld, Christian Eriksen en Suárez in Amsterdam - ook niet mis. Maar we moeten concluderen dat Martin Jol niet zo'n goede trainer was. Eyong Enoh had ook een basisplaats en Siem de Jong gold als toptalent.

In dit jaar speelt op vrijwel elke positie een potentiële Europese topspeler, en Lasse Schöne en Daley Blind zijn ook gewoon ­prima krachten om erbij te ­hebben.

Bovendien is Erik ten Hag een heerlijk trainer. Hij kan zichzelf niet verkopen en snapt niet hoe hij met de pers moet communiceren, maar voor dat soort ­trainers heb ik toevallig een zwak.

Natuurlijk heeft hij tegen PSV een blunder gemaakt door geen centrumverdedigers op te stellen, maar vergissen is menselijk en Ten Hag léért tenminste van zijn fouten. Ajax speelt hartstikke aanvallend en de breedtebal, waarvan we er onder Frank de Boer duizenden hebben moeten aanschouwen, is verboden.

Wat een genot wekelijks naar Hakim Ziyech te mogen kijken. Om te zien hoe hij functioneert met Tadic. Om Frenkie de Jong en Matthijs de Ligt te zien spelen. Een elftal om je vingers bij af te likken. De Champions League zal Ajax wel niet winnen, en misschien worden ze zelfs geen kampioen, maar dit is een team om van te houden.

Dus aan iedereen die zucht over de vijf punten achterstand op PSV, die klaagt over de opstelling van Ten Hag of die moeite heeft met de gebaartjes van Ziyech: snap dat het een voorrecht is om dit wonderbaarlijk goede team te aanschouwen, een perfecte mix van ervaring, jeugd en toptalent, én een trainer die weet wat hij doet. EN GENIET DAARVAN!

Volgend jaar zijn ze weg.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden