Opinie

‘Omarm de zelfreflectie en rationaliteit die Nederland kenmerkt’

Tahrim Ramdjan pleit ervoor het schrappen van de term Gouden Eeuw te bezien vanuit de Nederlandse traditie van zelfkritiek, in de geest van Erasmus. 

Het fregat Peter en Paul op het IJ in het voorjaar van 1698, aan het eind van de Gouden Eeuw, op een schilderij van Abraham Storck. Staand in de sloep op de voorgrond is de Russische tsaar Peter de Grote te zien die aan het schip had meegebouwd. Beeld Universal Images Group via Getty

Het Amsterdam Museum heeft besloten de term Gouden Eeuw te schrappen uit tentoonstellingsnamen, ­zodat het bewustzijn van de historische context ook de schaduwzijde van de zeventiende eeuw beslaat.

Het zal niemand verbazen dat dit al tot een storm van negatieve reacties heeft geleid: zo beschouwen Forum voor Democratie cum suis, getuige hun Facebookpagina, dit gegeven als de zoveelste negatie van vaderlandse trots.

In deze krant beaamde hoogleraar Maarten Prak tevens dat veel mensen boos zullen ­worden omdat ze het idee hebben dat ‘hun trots wordt afgepakt’.

Selectieve verontwaardiging

Op het eerste gezicht constateer ik een selectieve verontwaardiging over de beslissing van het museum. Het containerbegrip vaderlandse trots mag dan wel de boventoon voeren in deze discussie, maar wat betekent dat precies?

Immers werd de aankondiging van een verplichte Wilhelmusles voor basisschoolkinderen in het huidige regeerakkoord over de gehele linie met hoongelach en kritiek ontvangen. Het ministerie van Onderwijs heeft twee jaar na ­dato nog geen verplichting ingesteld: andere zaken hebben een hogere prioriteit. En ik spreek dan nog niet eens over de afwezigheid van de Nederlandse driekleur in het straatbeeld – het is nog net geaccepteerd om deze op te hangen bij het behalen van een eindexamen – of de verengelsing binnen de dienstensector, zeker in Amsterdam.

Sacraal symbool

Vergelijk onze situatie vervolgens met die in werkelijk patriottistische landen als de Verenigde Staten, waar kinderen ’s ochtends op school verplicht het volkslied zingen en er dagelijks de vlag hijsen, of Frankrijk, waar vlag en volkslied constitutioneel beschermd zijn en Engelse woorden ‘verfranst’ worden in plaats van vice versa. Logischerwijs volgt de conclusie dat de zogenaamde vaderlandse trots in Nederland een leeg concept is. Met uitzondering van, blijkbaar, de Gouden Eeuw. Hoe kan dat?

De Frans socioloog Émile Durkheim (1858-1917) poneerde vorige eeuw al het onderscheid tussen sacraal en profaan in het karakter van culturele symbolen. Symbolen die verheven zijn tot het sacrale fungeren zoals de totempalen in festiviteiten van indianengroepen: ze beschermen de cohesie en identiteit van een bepaalde groep, in tegenstelling tot profane symbolen, die worden gemeden. Het lijkt erop dat de noemer Gouden Eeuw misschien wel een laatste sacraal symbool is voor Nederlandse patriotten, vooral gegeven het feit dat onze vlag en volkslied al zijn verbannen tot profane symbolen.

Dogma’s

Ik zou graag een nieuw sacraal symbool in de plaats daarvan voorstellen: de zelfreflectie, liberaliteit en rationaliteit die Nederland al kenmerkt sinds de zestiende eeuw. Het was immers een Nederlander – Desiderius Erasmus – die zich keerde tegen nationalisme en uiteindelijk tot een van de pleitbezorgers van het humanisme ontpopte.

Erasmus betoogde dat de dogma’s die de mensheid voor lief neemt, nader onderzocht dienen te worden. Laten nu net de geschiedkundige verhalen die volkeren produceren over zichzelf, typerend zijn voor zulke dogma’s.

Zoals historicus en filosoof Yuval Noah Harari betoogt in zijn recente trilogie: mensen en volkeren verzinnen altijd verhalen, omdat het menselijk brein nu eenmaal werkt binnen het kader van narratieven. Geschiedschrijving is louter de som van zulke verhalen – en dus ook de noemer Gouden Eeuw.

Eeuwenoud kenmerk

Als we de Nederlandse liberaliteit tot sacraal symbool zouden verheffen, komt de beslissing van het Amsterdam Museum plots voor zowel voor- als tegenstander in een ander licht te staan. Dan hebben we het niet langer over een teloorgang van de Nederlandse identiteit: we hebben het juist dan over een omarming en verankering van een traditie van zelfkritiek en voortschrijdend inzicht. En dat is een traditie die Nederland al eeuwen kenmerkt – sinds Erasmus, en dat is nóg langer geleden dan de Gouden Eeuw.

Als u het mij vraagt, is dat een veel duurzamer symbool om verheven te worden tot het sacrale.

Tahrim Ramdjan, student rechtsgeleerdheid en politics, psychology, law and economics aan de Universiteit van ­Amsterdam.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden