Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Om de beschaving te redden moet je soms onbeschaafd zijn

Plus Theodor Holman

Jan Ruff-O’Herne is dood. Zij was ‘troostmeisje’ toen ze in een Japans kamp zat. Mijn moeder vond troostmeisje ‘een rotterm!’

Zij meende dat in het woord ‘troost’ iets verhevens zat.

“Alsof die jappen verdriet hadden en getroost moesten worden!” Het woord seksslaaf bestond nog niet. Mijn moeder zei: “Die meisjes werden ­gedwongen de hoer te spelen.”

In het kamp heerste angst onder de Nederlandse vrouwen. “Maar,” aldus mijn moeder, “voor die grote ­blonde Nederlandse vrouwen ­waren de jappen eigenlijk bang. Die vonden ze niet ­aantrekkelijk. Ze wilden de ­Indische meisjes, die er ­Aziatisch uitzagen.”

Ik heb over troostmeisjes ­weleens verhalen geschreven, maar pas nadat mijn moeder was overleden. Zij kende enkele troostmeisjes, maar wilde daar niet met mij over praten, zelfs niet toen ik de dertig al was gepasseerd. “Dat zijn vrouwenzaken,” zei ze.

In oorlog zijn vrouwen altijd buit.

Ik had een oom die in de ­oorlog door de Japanners was ­gevangengehouden en daarna als militair naar Korea was ­gegaan. Hij kon schitterend vertellen. Op fluistertoon zei hij: “Wat ik heb gezien… ­Goede mannen veranderden in ­verkrachters.”

Goede mannen. Hij bedoelde de mannen die aan ‘onze’ kant stonden.

Je vecht om normen en waarden te verdedigen, maar zodra je hebt gewonnen, gelden die normen en waarden niet voor de vijand. Oorlog is een afrodisiacum, de spanning van de strijd wil vooral seksueel worden ontladen: jij, als overwinnaar, pakt de vrouwen die je kunt krijgen. Je vindt dat je recht op ze hebt.

Mijn vader, zelf soldaat ­geweest, zei eens: “Er bestaat eigenlijk geen goed of slecht in een oorlog. Of je doodt de ­vijand of je verkracht hun vrouw. Als je de vijand niet doodt, verkrachten ze jouw vrouw en doden ze je ­kinderen.”

Ik was het met hem eens en werd pacifist. Dat vond hij laf.

“Ik heb geen zin om een moordenaar en een verkrachter te worden,” zei ik.

“Je moet ergens voor staan,” zei hij, “in het besef dat de mens slecht is.”

Elke vorm van strijd bevat een tegenstrijdigheid: om de beschaving te redden dien je soms onbeschaafd te zijn.

Beschaving is iets wat je zo kunt wegblazen.

Een van de troostmeisjes die moeder kende, was mevrouw N. Ze kwam weleens op ­bezoek. Een kleine, gevulde vrouw, die altijd chocolaatjes voor me meenam en dan zei: “Eet maar lekker achter elkaar op, jongen.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden