Tinkebell. Beeld Artur Krynicki
Tinkebell.Beeld Artur Krynicki

Oh, wij naïevelingen. Pas na twee uur wachten in de koude regen begrepen we dat er niemand kwam helpen

PlusTinkebell

Dit is een miniverslag van ongeveer 30 uur waarin alles van kwaad tot evil werd.

Ik bevond me op het Griekse eiland Lesbos en ontving een bericht met een noodoproep: 27 bootvluchtelingen waren op het eiland gestrand. Een groot deel minderjarig en een hoogzwangere vrouw. Sommigen waren ziek, verkleumd en allemaal waren ze hongerig. Verspreid over drie groepen zaten de 27 verstopt in de bossen, in de stromende regen, op het eiland. Doodsbang voor pushbacks en desperaat op zoek naar hulp.

Ik was in de buurt. En een noodoproep van kinderen of zwangere vrouwen negeer je niet. Wie daar anders over denkt, wens ik levenslang migraine. Dus we besloten te helpen, twee vrienden en ik.

Het is in Griekenland verboden om ongeregistreerden te vervoeren. Ook als mensen kind zijn, ziek zijn of op het punt staan te bevallen. Wie wordt betrapt riskeert de cel.

Toevallig deelde ik mijn hotel met de Bulgaarse Frontexcrew. Dus deed ik een beroep op hun menselijkheid: “Wij mogen deze mensen niet vervoeren, maar jullie wel, dus help, alsjeblieft.”

“Nee.”

We belden de kustwacht. Toen we de eerste zes halfbevroren uitgehongerde tieners in het bos vonden en ze zich hadden gestort op het water en eten dat we bij ons hadden, beloofden ze naar ons toe te komen. Maar oh, wij naïevelingen. Pas na twee uur wachten in de koude regen begrepen we dat er niemand kwam helpen.

Op pad naar de tweede groep tieners. Ik had hun exacte live locatie en een jongen van 17 aan de telefoon. Maar uit angst waren ze zo ver een berg opgeklommen dat onze auto daar niet kon komen.

Dan maar een bezoek aan het kantoor van de kustwacht. Die ons nu verwees naar de politie, die eindelijk wél meekwam naar het bos, maar een busje liet komen waar we nog eens drie uur op moesten wachten. Nog steeds in de regen.

Die bus reed de zes naar het opvangkamp. Maar de politie had nu wel onze paspoorten en telefoons nodig. “Een formaliteit.” En of we even naar het bureau wilden komen. En of wij, alleen de vrouwen, ons helemaal uit wilden kleden voor een vaginale inspectie.

Gelukkig had ik net voor de beslaglegging op mijn telefoon wat vriendinnen gewaarschuwd. Die regelden een advocaat en daardoor stonden we al na 8 uur weer buiten. Zonder aanklacht.

Mazzel, want (wisten we niet) onlangs was het geven van water ook strafbaar geworden.

Heel naar, allemaal. Maar het meest weerzinwekkende vind ik zelf dat de jongen van 17 die dag, samen met anderen, van de berg is geplukt, op een schip is gezet, geschopt, geslagen, naar open zee is gevaren, uitgekleed, beroofd en op een rubberboot gegooid.

Dat weet ik omdat hij me zondag belde. Vanuit Turkije.

Tinkebell schrijft elke week een column in Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden