Beeld Artur Krynicki

Obama’s soul en voice als schrijver zijn goddank nog altijd springlevend

PlusJohan Fretz

Gisteren kwam Een beloofd land uit, het langverwachte eerste deel van de politieke memoires van Barack Obama. Ruim achthonderd bladzijdes, schoon aan de haak en dan moet deel twee nog verschijnen.

De meeste oud-presidenten zijn na een pagina of vijfhonderd wel uitgepraat over hun presidentschap, maar de meeste oud-presidenten zijn dan ook geen schrijver. Obama wel. Die schrijft niet ‘best goed voor een politicus’, het is eerder andersom: voor een begenadigd schrijver was hij behoorlijk goed in politiek. Of misschien zou je zelfs wel kunnen zeggen dat de kwaliteiten die hem als schrijver zo goed van pas kwamen en die via zijn toespraken ook een bepalende bijdrage leverden aan zijn verkiezing, hem als president juist dwarszaten.

Wie Obama’s werk leest, wordt immers getroffen door zijn observerend en analytisch vermogen, de kunst zichzelf en anderen genadeloos onder de microscoop te leggen. Om het leven zelf te vangen, in doorwrochte taal die poëtisch en lyrisch aandoet, zonder wollig of sentimenteel te worden.

Zijn koppige weigering de zaken des levens, zowel de alledaagse als de complexe, te simplificeren tot holle platitudes, kostte hem tijdens zijn presidentschap regelmatig veel publieke steun. Wat in zijn schrijverschap loonde, belemmerde hem als politicus regelmatig om de stemming van het land te sturen. Iets wat zijn opvolger, bepaald geen schrijver, beter begreep.

Ik ben heel blij dat de schrijver Barack Obama nu terugkeert. Zijn debuut Dromen van mijn vader is voor mij nog altijd het meest bepalende boek uit mijn leven. Obama schreef het voordat hij de politiek in ging en het belang van dit gegeven mag niet worden onderschat: hier was geen berekende politicus in spe aan het woord, maar een openhartige, nietsontziende zoeker.

Het boek activeerde me om dieper na te denken over taal, politiek en identiteit. Het was de verwezenlijking van de gouden levensles van wijlen Toni Morrison aan elke schrijver: ‘Alle goede kunst moet én politiek én wonderschoon zijn, ik ben niet geïnteresseerd in kunst die niet geworteld is in de wereld.’ Het bevatte voice en soul, twee elementen die we in de Nederlandse literatuur nogal eens onderwaarderen. Hier zijn we toch vooral dol op veel gereformeerde gekweldheid, conceptuele constructies, op calvinistisch en hermetisch proza en ironie als heilig verklaard pantser om maar niets bloot te hoeven leggen van het onderdrukte gevoelsleven.

Obama was gelukkig geen aanhanger van die literaire filosofie en schroomde niet ons heel direct en bloemrijk deelgenoot te maken van zijn gedachtestroom en zijn blik op de wereld. Het boek wakkerde mijn schrijversvuur aan, omdat ik besefte dat dit óók literatuur kon zijn.

Nu is Barack Obama bijna zestig en allang niet meer die jongeman uit Dromen van mijn vader, die op zoek was naar zijn plek in de wereld. Maar in Een beloofd land toont hij dat zijn soul en voice als schrijver goddank nog altijd springlevend zijn.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden