Beeld Artur Krynicki

Nu is ze haar baan én haar huis kwijt

PlusNatascha Van Weezel

Het is zaterdagochtend en ik word wakker van kabaal in het trappenhuis. Op zich ben ik daar wel aan gewend. Voor de coronacrisis was er vaker reuring. Mijn bovenbuurvrouw runde een succesvolle B&B, dus waren er altijd toeristen in huis – sommige wat luidruchtiger dan andere. De laatste maanden werd het stil. Zo te horen wordt er nu met meubels gesleept. Buiten staat de deur van het portiek wagenwijd open. Mannen die ik niet ken, laden een busje in.

Mijn onderbuurvrouw houdt een grote tas in haar hand en ziet er verslagen uit. “Ik ga weg,” zegt ze met zachte stem. Ik slik. “Heb je een huis gekocht?” vraag ik tegen beter weten in.

Ze lacht: “Was het maar zo’n feest… ik kon de huur niet meer betalen.”

Ik maak intuïtief aanstalten om haar te omhelzen, maar houd me nog net op tijd in.

Aangezien er al maanden geen toerist meer in het trappenhuis te bekennen is, komt haar mededeling niet echt als een verrassing. Toch word ik opeens keihard geconfronteerd met de realiteit.

De dreiging van een nieuwe economische crisis hangt al tijden in de lucht. De nieuwtjes over massaontslagen en reorganisaties vliegen je om de oren: bij reisgigant Booking.com komen 4000 mensen op straat te staan, winkelketen H&M sluit 250 van zijn 900 winkels en ­festivalorganisator ID&T maakte afgelopen week nog bekend 40 procent van zijn werknemers te zullen ontslaan.

Op internet lees ik bovendien steeds meer noodkreten van zzp’ers die het hoofd niet meer boven water kunnen houden, vooral binnen de culturele sector. Bij al die berichten bekruipt me een gevoel van onheil, al bleef het tot nu toe bij abstracte getallen en abstracte mensen die ik toch niet kende.

Maar dit is mijn buurvrouw. Zij maakte me wegwijs toen ik hier kwam wonen, verward door mijn gebroken hart. Zij bood aan om voor mijn kat te zorgen wanneer ik op vakantie ging.

En afgelopen zomer vierden wij haar verjaardag nog op de stoep, met taart. Nu is ze haar baan én haar huis kwijt; ze woonde naast de B&B.

“Kun jij hier wel blijven wonen met die hoge huur?” Het is de vraag die niemand eerder aan me durfde te stellen. Ik haal mijn schouders op: “Voorlopig wel. Mijn inkomen is sinds maart gehalveerd, maar ik heb gelukkig nog spaargeld.” Mijn stem klinkt minder zelfverzekerd dan ik zou willen. Hoeveel werknemers en (zelfstandig) ondernemers zullen nog moeten leven met het zwaard van Damocles boven hen?

De buurvrouw en ik nemen afscheid door onze ellebogen tegen elkaar aan te stoten. “We houden contact, hè?” “Ja, we houden contact”. Ze loopt de trap af. “Wat ga ik deze buurt ongelooflijk missen,” roept ze vanaf beneden. Daarna valt de deur met een doffe klap in het slot.

Natascha van Weezel (34) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden