Paul VugtsBeeld Artur Krynicki

Nu ik 45 ben, ­vallen steeds meer twintigers

PlusPaul Vugts

De voorlaatste keer dat ik Omar Essalih trof, was in de rechtszaal, een vertrouwd decor voor ons allebei. Daar hield een rechter hem in zijn proces over vuurwapenbezit voor dat hij ‘het erg zou vinden in de krant te moeten lezen dat Omar Essalih is doodgeschoten of zelf iemand heeft omgelegd’.

De rechter verwees naar mijn aanwezigheid aan de perstafel schuin achter de verdachtenbank en naar het gegeven dat de verdachte al meerdere moordaanslagen had overleefd, jaren achtereen nota bene op dezelfde dag: 1 april.

Omar snapte de zorg wel.

Hij leefde een van geweld doortrokken leven en was vaak gewaarschuwd dat hij nog steeds op een dodenlijst stond. Volgens zijn onderwereldlogica kón hij daarom geen baan hebben, want dan hoeven ze je daar alleen maar op te wachten.

Wat wilde Omar met zijn leven?

Vanaf zijn dertigste wilde hij wel een geregeld bestaan, zei hij.

In oktober had het dan zover moeten zijn.

In de nacht van zaterdag op ­zondag werd hij geliquideerd in Amsterdam-Oost, 29 jaar jong.

Ik schreef al jaren over hem en zijn liquidatie was ook mij vaak voorspeld – wat het des te beklemmender maakt. Som­mige voorspellingen moeten niet uitkomen.

Wie bij een vuurwapengevaarlijke crimineel met een strafblad van negentien pagina’s denkt aan een angstaanjagende verschijning, zit er overigens naast. Omar Essalih was je buurjongen. Een jongen uit de ooit zo veel­besproken Diamantbuurt, met het voorkomen van zoveel straatjongens van Marokkaanse komaf.

Getogen in de Carillonstraat en dus al jong onderdeel van de Van Wougroep: een grote groep jongens en jonge mannen genoemd naar hun hangplek aan de aorta van de oostelijke Pijp.

Zijn strafblad was bedenkelijk, maar stond vooral vol zaken van een milder kaliber dan de misdrijven waarvan hij in het milieu werd en wordt beschuldigd.

Op straat heette hij ‘Centjes’, omdat hij zowat alles zou doen voor geld. Grof vuurwapen­geweld, granaten gooien naar panden van rivalen of die beschieten, ravages aanrichten met plofkraken en ga maar door.

Nu is hij vermoord, tot ontzetting van zijn kennissen nota bene midden in de ramadan, de maand van bezinning en vrede.

Zoals Omar Essalih heb ik er te veel jong de kist of de cel in zien gaan.

Hoe ouder ik word, hoe jonger de criminelen sterven over wie ik als misdaadjournalist schrijf.

Toen ik 26 en 28 was, gingen Sam Klepper (40) en Cor van Hout (45). Toen ik bijna 40 werd, schoten ze Gwenette Martha dood, 40 jaar. Nu ik 45 ben, ­vallen steeds meer twintigers.

Het stopt maar niet.

In Omars bijnaam lag hét probleem verscholen. Centjes. Die blinde jacht op snel en makkelijk geld en de daarbij behorende status. Je ziet weer hoe die jacht eindigt: ’s nachts op de kille straat, onder een wit laken.

Reageren? paul@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden