Plus Column

Nu begrijp ik dat volwassenen ook maar wat aankloten

Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Op de basisschool wilden mijn vriendinnetjes zuster, stewardess of kleuterjuf worden. Zelf had ik mijn eigen droom: acteren. Het liefst in Goede tijden, slechte ­tijden. Van mijn ouders leerde ik dat niets in het leven je komt aanwaaien en dat je hard moet werken om je doelen te bereiken.

Daarom volgde ik vanaf mijn vierde ballet­lessen, toneelworkshops en zanglessen. Ik was verlegen, motorisch onhandig en mijn stem was niet loepzuiver. Toch wist ik zeker dat een castingbureau me op een dag zou ontdekken en dat ik dan in één klap gelukkig zou zijn.

In 1997 deed ik mijn eerste auditie voor de jeugdfilm Abeltje, naar het gelijknamige boek van Annie M.G. Schmidt. "Op jou zitten we al jaren te wachten," zei de castingdirector zodra hij me zag. ­Althans, in mijn fantasie. De werkelijkheid was weerbarstiger.

De kille wachtruimte was gevuld met zo'n honderd meisjes van mijn leeftijd. De een nog mooier dan de ­ander. De meesten leken elkaar al te kennen. Ze schepten op over de schat aan ervaring die ze ondanks hun geringe leeftijd hadden opgedaan in de film- en televisiewereld.

"Heb jij alleen in Annie de Musical gespeeld? Suf zeg, ik zat in Dag juf, tot morgen, Madelief én bij ­Kinderen voor Kinderen." De auditie bleek op z'n zachtst gezegd niet wat ik ervan verwacht had.

De volwassenen nipten ongeïnteresseerd van hun koffie terwijl ik mijn tekst stotterend en blozend opdreunde. Een week later volgde een brief waarin stond dat ik de rol helaas niet had gekregen. Avondenlang huilde ik mezelf in slaap.

Ik voelde me de grootste mislukkeling op aarde. Afgelopen week zat ik aan de andere kant van de tafel. Als scenarioschrijver keek ik mee tijdens de casting voor de hoofdrol van een filmproject. We nodigden tien jonge meisjes uit. Eindelijk mocht ík eens bepalen wat er zou gebeuren! Maar zodra de eerste kandidaten de ruimte binnenkwamen, waande ik me opeens twintig jaar terug in de tijd.

Wat me vooral opviel was de enorme drang om indruk te maken op degene die over hun lot zou beslissen - mij, in dit geval. Wie dacht ik eigenlijk dat ik was om over deze meisjes te oordelen?

Vroeger was ik ervan overtuigd dat 'grote mensen' alles weten en begrijpen. Nu ik zelf groot ben, begrijp ik dat volwassenen meestal ook maar wat aankloten. Ik hoop vurig dat de meisjes die we niet hebben gekozen steviger in hun schoenen staan dan ik indertijd, want ik geloof niet dat ik ermee zou kunnen leven als ik persoonlijk verantwoordelijk ben voor gebroken kinderdromen.

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden