Opinie

‘NS, stop nu toch eens met calculeren’

Overlevenden en directe nabestaanden van de treintransporten in WOII kunnen tot 5 augustus een tegemoetkoming aanvragen bij de NS. De regeling is beslist onvoldoende, schrijft juridisch ­adviseur Marcel Mock.

Joden worden in 1943 bij station Muiderpoort op transport gezet naar Westerbork. Beeld NIOD

Aan de vooravond van de herdenking van 75 jaar bevrijding van Nederland hebben de Nederlandse Spoorwegen alsnog, na jarenlange druk en bevlogen inzet van holocaustoverlevende Salo Muller, medewerking verleend aan de totstandkoming van, zoals de NS het noemt, een ‘morele regeling’ voor slachtoffers en nabestaanden. Aan de oorlogsmisdaden van de Duitse bezetter verleende de NS betaalde medewerking door het inzetten van speciale treinen voor transporten naar Westerbork, Vught en Amersfoort, en vanaf daar tot de Nederlands-Duitse grens op weg naar concentratie- en vernietigingskampen. De NS is naar eigen zeggen in 2018 alsnog overtuigd geraakt dat nietsdoen voor nabestaanden geen optie meer is. Dat is, zoals daarna blijkt, duidelijk in beperkte mate en strikt geclausuleerd in een dichtgetimmerde regeling.

Peildatum

De NS stelde op 27 november 2018 een commissie in die zich boog over de vraag van een individuele tegemoetkoming aan overlevenden en directe nabestaanden van het handelen van de NS gedurende WOII. Let wel: ‘nabestaanden’ is meteen beperkt tot ‘directe nabestaanden’.

De NS zocht zelf een voorzitter voor deze Commissie Cohen en liet de commissie onder strikte parameters een adviesrapport opstellen. Vervolgens nam de NS het advies geheel over, inclusief de peildatum van 27 november 2018 voor belanghebbenden die aanspraak kunnen maken. Vanzelfsprekend zijn er op een dergelijke, zo laat gefixeerde peildatum nog heel weinig slachtoffers en (directe) nabestaanden in leven.

Overlevenden

Van de 107.000 Joden die uit Nederland weggevoerd werden, overleefden maar 5000 het. En van hen zijn er inmiddels nog maar 500 over. Daarbij moet bovendien bedacht worden dat onder het grote aantal weggevoerden zich heel veel kinderen bevonden die vrijwel allen zijn vermoord, zodat ook daardoor het aantal (directe) nabestaanden beperkt is.

De grote vertraging bij de totstandkoming van de regeling, de strikte criteria én de op een zo late datum gefixeerde peildatum, verklaren waarom volgens de laatst beschikbare informatie aanvragen van slechts 4000 overlevenden en nabestaanden zijn goedgekeurd. Dat is nog geen 4 procent van de door de NS weggevoerden. Deze aanvragen staan voor een bedrag van 32 miljoen euro. En dan te bedenken dat de NS destijds een bedrag van 2,5 miljoen euro van de Duitse opdrachtgever ontving.

Opmerkelijk is ook dat joodse organisaties van belangenbehartigers hierbij geen fraaie rol spelen. Het is glashelder dat niet bijvoorbeeld het Centraal Joods Overleg (CJO) of het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers (VBV) de NS hebben bewogen om slachtoffers en nabestaanden tegemoet te komen. Die rol komt duidelijk de hiervoor genoemde Salo Muller toe.

Het CJO zegt twee weken voor het verschijnen van het advies van de Commissie Cohen te zijn ontvangen en niet meer dan enkele wijzigingen in het advies te hebben kunnen bewerkstelligen. Het CJO wenst zich sterk te maken voor een aparte collectieve uitkering door de NS. Daarmee herhaalt zich de geschiedenis van inmiddels twintig jaar geleden, toen rond het jaar 2000 de verdeling van joodse tegoeden vanwege achteraf geconstateerde tekortkomingen in het rechtsherstel na WOII aan de orde waren (de zogenoemde Marorgelden).

Ook toen ging het om toekenning aan individuele ‘belanghebbenden’ en ‘plaatsvervangers’ versus collectieve bestemming. Dat met één wezenlijk verschil: door het verstrijken van nog eens twintig jaar is de groep van personen die aanspraken kunnen instellen sterk gedecimeerd, zeker als door de NS een strikt criterium als ‘direct belanghebbenden’ wordt gehanteerd in combinatie met een peildatum van 27 november 2018. De collectieve regeling is ook nog steeds niet tot stand gekomen.

Vervolgregeling

Met vertraging is de NS goed bekend. Het is buitengewoon triest dat een vertragingsstrategie over de rug van slachtoffers en nabestaanden is uitgevochten.

In januari 2020 bood premier Rutte excuses aan voor het handelen van de overheid in de Tweede Wereldoorlog. Bij de indrukwekkende herdenking op 4 mei sprak de koning over het zwijgen van zijn overgrootmoeder. De NS is nog steeds het nationale spoorwegbedrijf (tevens 100 procent staatsdeelneming) en een calculerende opstelling past niet meer in deze tijd.

Het zou de NS sieren, nu blijkt dat zo weinigen aanspraak kunnen maken, niet langer een calculerende benadering te hanteren, maar op basis van een reële regeling NS Tegemoetkoming 2 daadwerkelijk individuele aanspraken toe te staan.

Laat die spoedig van kracht zijn, voordat op 1 oktober een nieuwe president-directeur van de NS aantreedt en dan weer verdere vertraging ontstaat. ‘Direct belanghebbenden’ is 75 jaar na dato veel te stringent en eigenlijk een gotspe. ‘Belanghebbenden’ is een passend criterium na zo’n lange tijd.

Marcel Mock. Zelfstandig juridisch ­adviseur en en voormalig bestuurslid Joods ­Maatschappelijk Werk.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden