Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

‘Nou, nou, nieuwe laarzen?’ zei de eigenaresse van Job

PlusMaarten Moll

Ze stonden al een paar jaar op de kast in de gang.

Twee groene rubberlaarzen. Nog niet gebruikt.

Gekocht na alarmerende berichten over de toestand in Venetië.

Hoge waterstand. Overstromingen. Het verdronken San Marcoplein.

‘Het is raadzaam laarzen mee te nemen,’ stond in de mail.

En ik, als het braafste jongetje van de klas, toog naar Intratuin om me een paar laarzen aan te schaffen. Het was zeker veertig jaar geleden dat ik groene rubberlaarzen aan mijn voeten had gehad. Ik weet nog dat ik altijd koude voeten in die krengen had. (Ik deed ze een keer naar school aan omdat er even geen geld was voor nieuwe schoenen. Hoon en schaamte.)

Intussen had zich in de groenerubberlaarzenwereld ook het een en ander afgespeeld, want ik kon kiezen uit heel veel modellen. Keuzestress. En maar passen. Uiteindelijk kocht ik een paar bakbeesten van het merk Dunlop.

“Heeft iedereen laarzen mee?” riep iemand van de uitgeverij op het vliegveld.

Hilariteit. Iedereen heel hard lachen.

Ik ook. Ik hoopte dat niemand zou vragen wat ik allemaal in mijn tas had zitten.

In Venetië, waar Ilja Leonard Pfeijffer kon worden geïnterviewd naar aanleiding van zijn roman Grand Hotel Europa, viel het allemaal wel mee. Op het San Marcoplein kon je makkelijk om de plassen heen lopen. Met droge voeten stelde ik de schrijver mijn vragen.

Thuis gingen ze op de kast, want geen tuin. En daar stonden ze dus al zo lang dat ik ze niet meer opmerkte. Een blinde vlek.

Tot een paar dagen geleden.

Het bleef het maar regenen, en de hond moest worden uitgelaten.

Besluiteloos liep ik door de gang, af en toe naar buiten kijkend.

En toen zag ik ze opeens staan, daar op de kast, als in een krans van stralend licht.

Een schitterend gezicht.

Twee groene rubberlaarzen.

Wat een mooie dingen, eigenlijk.

Ik pakte ze, stofte ze af, hield ze onder mijn neus, trok ze aan, broek in de laarzen.

Bep zat erbij en keek ernaar. Ze gromde een beetje.

Naar buiten. Zoals altijd met nieuwe spullen rond het lijf voelde ik me te koop lopen.

Bij de eerste ontmoeting was het al raak.

“Nou, nou, nieuwe laarzen?” zei de eigenaresse van Job.

De volgende hondenbezitter, op robuuste wandelschoenen, keek een beetje meewarig.

“Zijn de dijken doorgebroken?” zei een geinponem die op een step voorbijkwam.

Zolang ik over de stoep liep, of op de tegelpaden, voelde ik me heel erg opgelaten met die smetteloze laarzen aan mijn voeten.

Maar al snel ging ik de groenstrook langs het water op.

Ik stampte in de plassen, schopte tegen takken, trok sporen door de modder. Stond een tijdje in een gat te trappen. Probeerde een oude, halfvergane tennisbal hoog te houden. Er kwam al wat kleur op de Dunlops.

Dit heb ik nou nooit met een nieuw overhemd, dacht ik, terwijl ik voor de deur een paar keer door een regenplas liep om de profielen van mijn groene rubberlaarzen schoon te wassen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden