Johan Fretz Beeld Wolff

Nooit zal ik die lach van Anner Bijlsma vergeten

Plus

‘Het is allemaal begonnen met de Franse revolutie,’ zei Anner Bijlsma vanuit zijn luie schrijfstoel.

Omdat ik op de Filmacademie bevriend was geraakt met zijn getalenteerde dochter Carine, kwam ik regelmatig bij de familie Bijlsma over de vloer. Wanneer ik op bezoek kwam, bood Anner me altijd een kop koffie of borreltje aan en een stoel, zodat hij wat verhalen met me kon delen. Zo ook deze keer.

‘Het is natuurlijk allemaal leuk en aardig geweest: de opkomst van het individu. Maar het is ook een vloek geworden. Iedereen wil alleen nog maar praten over zijn eigen been. I love you. I feel sad. Nou en? Kan mij het wat schelen, hoe je je voelt? Daarom speelt niemand die stukken goed meer. Ze willen allemaal eigenlijk dat het over hen zelf gaat.’

Ik zat op een kruk tegenover de beroemde cellist, dronk mijn koffie en luisterde goed. Terwijl de tijd zijn sporen duidelijk had achtergelaten op zijn gezicht, leek het tegelijkertijd alsof het sinds de prille kindertijd onveranderd was gebleven. De meeste gezichten verharden, de mondhoeken gaan naar beneden hangen, de ogen verliezen hun glans van nieuwsgierigheid en verwondering. In het gezicht van Anner Bijlsma echter, kon je de jeugd nog nauwkeurig terugzien: zijn ogen glinsterden, helderblauw bij ieder seizoen. Pretogen waren het, waarmee hij ondeugend om zich heen keek, benieuwd naar wat er allemaal nog voor hem in het verschiet lag.

Spelen deed hij allang niet meer. De nu versleten handen hadden decennialang de wereld beroerd, van Tokyo tot New York, van Rome tot Boedapest, net zolang en net zo vaak tot ze niet meer konden en hoewel ik me vaak probeerde voor te stellen hoe vreselijk het moest zijn om nooit meer te kunnen doen wat je het liefste deed, leek Anner er vrede mee te hebben.

‘Ik heb genoeg gespeeld’, zei hij laconiek, als je hem er naar vroeg. En wat de wereld overhield waren dus enkel de herinneringen aan zijn door God gegeven talent en de opnames die in alle uithoeken van de planeet uit stereo-installaties klonken, want waar je de mensen ook vroeg wie de Bach Suites of Boccherini het beste tot leven had gewekt, noemden ze zonder uitzondering de naam van Anner Bijlsma. Vaak met hoorbare weemoed in hun stem, zeker wanneer ze ooit een concert van hem hadden bijgewoond, maar ook in alle andere gevallen alsof ze hem ooit live hadden horen spelen.

‘Begrijp je wat ik bedoel?,’ vroeg Anner. ‘Kijk hier,’ zei hij en hij wees op het schrift met bladmuziek dat voor hem lag. ‘Hier staat…’ en nu begon hij, zoals wel vaker, te zingen: ‘Jam-pam-Pam-pam-Pam-Pam. Maar wat speelt die trut die de Franse revolutie zo leuk vond? Die speelt JAM-Pam-Pam-PAM-PAM-PAM! Zodat wij, het publiek, allemaal weten dat ze het zo zwaar heeft, dat ze het zo meent.’

Hij opende zijn mond en begon te lachen. Eerst geluidloos, haast zonder te ademen. In die paar eerste seconden dat zijn lach aanving, wist ik nooit helemaal zeker of hij nu begon te lachen of te huilen, maar al gauw openbaarde zich zijn onmiskenbare luide gegrinnik, met een blijdschap, zo aanstekelijk, dat ik het binnen de kortste keren ook uitgierde van het lachen. Nooit zal ik die lach vergeten, evenmin als al die wijze, mooie, grappige verhalen en dat eeuwige jongensgezicht.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden