Reza Kartosen-Wong Beeld Artur Krynicki

Nooit wordt gesproken over de offers van Indiase militairen

Plus Reza Kartosen-Wong

In de aanloop naar ­Dodenherdenking en Bevrijdingsdag wordt traditiegetrouw veel aandacht besteed aan de Tweede Wereldoorlog. Het is belangrijk om de herinnering aan die oorlog levend te houden. Wat echter opvalt, is dat het om een nogal witgewassen herinnering gaat.

Bijna 75 jaar na dato is de verbeelding van de Tweede Wereldoorlog in Nederlandse geschiedenisboeken, media en populaire cultuur en tijdens ­herdenkingen en vieringen nog steeds een overwegend witte, westerse en Europese aangelegenheid. Het gaat vooral over Nederlanders die leden onder de Duitse bezetting, de Holocaust, Nederlandse verzetsstrijders en (witte) Canadese, Amerikaanse en Britse bevrijders.

Dat over deze gebeurtenissen en personen in Nederland en Europa wordt gesproken, is ­natuurlijk legitiem. Maar het is slechts een deel van het verhaal over de Tweede Wereldoorlog; belangrijke niet-witte, niet-westerse en niet-Europese personen en perspectieven zijn nauwelijks bekend bij het grote publiek.

Nu besteedt het Verzetsmuseum wel meer aandacht aan ­verzetsstrijders van Surinaamse of Antilliaanse komaf. En onderzoeksjournalisten als Herman Keppy schrijven over Indische en Indonesische Engelandvaarders en verzetsstrijders (tip: ­tijdens Open Huizen van Verzet op 5 mei zal Keppy spreken over de Indonesische verzetsstrijders Lillah en Brenthel Soesilo). Maar deze verhalen krijgen relatief weinig ruimte in onderwijs, ­media en cultuur en bereiken de gemiddelde Nederlander niet.

Voor de miljoenen Indiërs die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienden in het Brits-Indiase ­leger is in Nederland nóg minder aandacht, terwijl zij te vergelijken zijn met de Canadese en Amerikaanse bevrijders waar we wél veel vanaf weten.

Moslims, hindoes, sikhs, ­Gurkha's en andere Indiërs streden tegen de Japanners in ­Birma en Maleisië (en tegen de Duitsers in Europa en Afrika). Daar bevrijdden zij vele Nederlandse en Indisch-Nederlandse krijgsgevangenen. Na de capitulatie van Japan beschermden zij in Indonesië Nederlandse en Indisch Nederlandse burgers tegen ongeregelde en moordlustige groepen jonge Indonesiërs, de zogenoemde pemuda's.

Mijn opa, een Indiase moslim, diende in de Royal Indian Air Force en moest in 1945 ook naar Indonesië. Onlangs vond ik een doorslag van een brief die mijn opa in 1986 naar de redactie van De Telegraaf stuurde. Daarin ­hekelt hij het feit dat er alleen wordt gesproken over de offers die Canadese, Amerikaanse en Europese militairen hebben ­gebracht en nooit over de offers van Indiase militairen. Dat stokje neem ik nu van hem over.

Wanneer we de Tweede ­Wereldoorlog waardig, ­waarheidsgetrouw en inclusief willen verbeelden en herdenken, moeten we meer ruimte maken voor de ervaringen en bijdragen van mensen van ­­niet-westerse komaf. Dat zijn wij ­verplicht aan de miljoenen ­Indiërs en andere niet-witte ­militairen en verzetsstrijders die zich ­onbaatzuchtig hebben ingezet voor de vrijheid van ­Nederlanders in Azië én Europa.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.